Difference between revisions of "Beginners' Guide/Installatie (Nederlands)"

From ArchWiki
Jump to: navigation, search
(wikify some external links, use https for archlinux.org)
(use Template:Note directly)
Line 24: Line 24:
 
====CD installer====
 
====CD installer====
 
Brand de .iso op een CD met een brandprogramma naar voorkeur, en ga verder met [[#Opstarten van de Arch Linux Installer | Opstarten van de Arch Linux Installer]]
 
Brand de .iso op een CD met een brandprogramma naar voorkeur, en ga verder met [[#Opstarten van de Arch Linux Installer | Opstarten van de Arch Linux Installer]]
{{Box Note| De kwaliteit van zowel optische schijven als van CD's variëert sterk, maar over het algemeen, wanneer een lage brandsnelheid wordt gebruikt is dit voldoende voor een betrouwbaar exemplaar; sommige gebruikers bevelen snelheden aan van '''''zelfs 4x of 2x.''''' Als u onverwacht gedrag van een CD bemerkt, probeer dan een CD te branden met de laagst mogelijke brandsnelheid. }}
+
{{Note| De kwaliteit van zowel optische schijven als van CD's variëert sterk, maar over het algemeen, wanneer een lage brandsnelheid wordt gebruikt is dit voldoende voor een betrouwbaar exemplaar; sommige gebruikers bevelen snelheden aan van '''''zelfs 4x of 2x.''''' Als u onverwacht gedrag van een CD bemerkt, probeer dan een CD te branden met de laagst mogelijke brandsnelheid. }}
  
 
====USB stick====
 
====USB stick====
Line 169: Line 169:
  
 
Vroeger gold de regel dat de swap partitie zo groot als 2x de hoeveelheid RAM (werk) geheugen moest zijn. Over de tijd, hedendaagse computers hebben aanzienlijk meer werkgeheugen beschikbaar, is deze regel komen te vervallen. Bij machines met tot 512 MB RAM is het nog nuttig om de 2x regel toe te passen. Bij machines met 1GB RAM, of meer, is het voldoende om een 1x regel toe te passen. Bij erg grote hoeveelheden RAM zouden we zelfs het maken van een swap partitie in het geheel achterwege kunnen laten, al raden wij dit niet aan. In dit voorbeeld zullen wij een 1 GB swap partitie aanmaken.
 
Vroeger gold de regel dat de swap partitie zo groot als 2x de hoeveelheid RAM (werk) geheugen moest zijn. Over de tijd, hedendaagse computers hebben aanzienlijk meer werkgeheugen beschikbaar, is deze regel komen te vervallen. Bij machines met tot 512 MB RAM is het nog nuttig om de 2x regel toe te passen. Bij machines met 1GB RAM, of meer, is het voldoende om een 1x regel toe te passen. Bij erg grote hoeveelheden RAM zouden we zelfs het maken van een swap partitie in het geheel achterwege kunnen laten, al raden wij dit niet aan. In dit voorbeeld zullen wij een 1 GB swap partitie aanmaken.
{{Box Note|Als U gebruik wilt maken van de slaapstand, dan moet de swap partitie minstens zo groot zijn (maar liever nog iets groter) als de hoeveelheid fysiek werkgeheugen aanwezig in het syteem.}}
+
{{Note|Als U gebruik wilt maken van de slaapstand, dan moet de swap partitie minstens zo groot zijn (maar liever nog iets groter) als de hoeveelheid fysiek werkgeheugen aanwezig in het syteem.}}
  
 
=====Partitie Schema=====
 
=====Partitie Schema=====
Line 187: Line 187:
  
 
'''/var''' ''Bevat variabele data; administratieve en log data, pacman's cache, de ABS boom, etc.''
 
'''/var''' ''Bevat variabele data; administratieve en log data, pacman's cache, de ABS boom, etc.''
{{Box Note|Naast /boot zijn de volgende mappen essentieel voor het opstarten van het systeem (en mogen dus niet op een apartie partitie staan, maak voor deze mappen dus geen aparte partitie aan!): '/bin', '/dev', '/etc', '/lib', '/proc' en '/sbin'.}}
+
{{Note|Naast /boot zijn de volgende mappen essentieel voor het opstarten van het systeem (en mogen dus niet op een apartie partitie staan, maak voor deze mappen dus geen aparte partitie aan!): '/bin', '/dev', '/etc', '/lib', '/proc' en '/sbin'.}}
 
'''''Het heeft voordelen om aparte partities voor mappen te gebruiken en niet alles in een partitie te combineren''''':
 
'''''Het heeft voordelen om aparte partities voor mappen te gebruiken en niet alles in een partitie te combineren''''':
  

Revision as of 14:10, 6 December 2013

Tip: This is part of a multi-page article for The Beginners' Guide. Click here if you would rather read the guide in its entirety.

Contents

Deel I: Installatie van het Basissysteem

Verkrijgen van de nieuwste Installatie bestanden

U kunt Arch's officiële archiso bestand hier vinden. De nieuwste versie is 2010.05

  • Zowel de Core installer als de FTP/HTTP-downloads verzien enkel in de benodigde paketten om een Arch Linux basissysteem te creëeren. Merk op dat het Basissysteem geen GUI bevat. Het bestaat hoofdzakelijk uit de GNU toolchain, (compiler, assembler, linker, libraries, shell, en enkele andere nuttige programma's) de Linux kernel, en een paar extra libraries en modules.

CD installer

Brand de .iso op een CD met een brandprogramma naar voorkeur, en ga verder met Opstarten van de Arch Linux Installer

Note: De kwaliteit van zowel optische schijven als van CD's variëert sterk, maar over het algemeen, wanneer een lage brandsnelheid wordt gebruikt is dit voldoende voor een betrouwbaar exemplaar; sommige gebruikers bevelen snelheden aan van zelfs 4x of 2x. Als u onverwacht gedrag van een CD bemerkt, probeer dan een CD te branden met de laagst mogelijke brandsnelheid.

USB stick

WAARSCHUWING: Alle data zal van uw USB stick worden verwijderd.

Inserteer een lege of vervangbare USB stick, bepaal de locatie, en zet het .img bestand op de USB stick met het /bin/dd programma:

dd if=archlinux-2008.06-[core_or_ftp]-i686.img of=/dev/sdx

waar if= verwijst naar het pad van het img bestand aanwijst en of= naar dat van de USB stick. Let er op dat u /dev/sdx en niet /dev/sdx1 gebruikt.

Controleer de md5sum (optioneel):

Make een notitie van het aantal records (blocks) die worden ingelezen en weggeschreven, en voer vervolgens de volgende controle uit:

dd if=/dev/sdx count=number_of_records status=noxfer | md5sum

De md5sum die u teruggekoppeld krijgt zou gelijk moeten zijn aan de de m5sum van de gedownloade Arch Linux image; zij zouden allebei gelijk moeten zijn aan het md5sums bestand van de mirror van de distributie.

Ga verder met Opstarten van de Arch Linux Installer

Opstarten van de Arch Linux Installer

Plaats de CD of de USB Stick on het systeem en start hiervan op. Soms kan het nodig zijn de opstartprocedure van het systeem aan te passen in de BIOS (zie handleiding van Uw systeem) of op een toets (gebruikelijk is dit DEL, F1, F2, F11 of F12) te drukken tijdens de BIOS POST procedure.

Geheugen vereisten:

  • CORE : 160 MB RAM x86_64/i686 (alle paketten geselecteerd, met swap partitie)
  • FTP : 160 MB RAM x86_64/i686 (alle paketten geselecteerd, met swap partitie)

Kies in het keuzemenu voor "Boot Archlive" of "Boot Archlive (legacy IDE) als U problemen heeft met libata/PATA.

Om opstartopties te wijzigen drukt u op e. Veel gebruikers willen de resolutie van de framebuffer wijzigen om zo een leesbaarder installatieproces te hebben. Hiertoe voegt u toe:

vga=773

Na toevoeging hiervan aan de kernel regel druk u op <ENTER>. U heeft nu een 1024x768 framebuffer ingesteld. Druk op b om op te starten.

Het systeem zal nu starten en een login prompt geven. Hier logt U in met 'root' en <ENTER>.

Aanpassen van de keymap

Als U een niet-US toetsenbord heeft kunt U dit aangeven met dit commando:

# km

of gebruik het loadkeys commando:

# laodkeys layout

(vervang layout met Uw keyboard layout, bijvoorbeeld "nl")

Documentatie

De gids die U nu aan het lezen bent is (in het engels) op het systeem aanwezig. Verander naar vc/2 met <ALT>+F2, log weer in met root en gebruik "less" om het bestand door te lezen:

# less /arch/beginnersguide.txt

less staat U toe het document door te lezen. Verander terug naar het installatiescherm (vc/1) met <ALT>+F1. U kunt op elk moment met <ALT>+F2 en <ALT>+F1 wisselen tussen de installatieprocedure en de gids.

Starten van de Installatie

Start het installer script als root vanuit vc/1:

# /arch/setup 

Selecteer een installatiebron

Na het welkom scherm wordt u gevraagd de installatiebron te selecteren. Kies de juiste bron voor de installer die u gebruikt.

  • Indien u gekozen heeft voor de CORE installer, ga dan verder met Voorbereiden van de Harde Schijf.
  • Enkel FTP/HTTP: u zal worden gevraagd de ethernet drivers handmatig te laden, indien gewenst. Udev is voldoende effectief om de benodigde modules te laden, dus u kunt er van uitgaan dat dit al gedaan is. U kunt dit controleren door in vc/3 ifconfig -a uit te voeren. (Selecteer OK om verder te gaan.)

Configureren van het Netwerk (FTP/HTTP)

Mogelijke netwerkinterfaces worden aangeboden. Als een interface en HWaddr (HardWare adres) vermeld staat, dan is de benodigde module al geladen. Als de gewenste interface niet vermeld staat zal het nodig zijn de module te laden. Dit kan vanuit het installatiescherm, of zelf vanuit een ander virtueel console, gedaan worden.

In het hieropvolgende scherm zal U gevraagd worden om de interface te selecteren. Kies de juiste interface en vervolg.

De installatieprocedure zal nu vragen of U DHCP wilt gebruiken. Als U hier "Yes" selecteert (dit is raadzaam in veel thuisnetwerk situaties) zal de installer dhcpcd gebruiken om een bruikbare gateway te vinden en een IP aan te vragen; als U hier "No" selecteert zal de installer U vragen om zelf een statisch IP, netmask, broadcast, gateway DNS IP, HTTP proxy en FTP proxy in te voeren. Achteraf zullen alle ingevoerde gegevens als controle worden getoond.

Draadloos Snelstart (Wanneer een draadloze verbinding noodzakelijk is tijdens het installatieproces)

De drivers en tools voor draadloze adapters zijn beschikbaar in de installatie-omgeving.

Als U draadloze netwerktoegang nodig heeft is het volgende de basis aanpak:

  • Wissel naar een vrije console, bijvoorbeeld vc/3, met <ALT>+F3
  • Detecteer Uw draadloze kaart en bijbehorende software module met de /sbin/hwdetect tool. De --show-net toevoeging zal een lijst van U bedraade en draadloze netwerk chipsets geven, samen met de bijbehorende driver(s). (Let op dat hwdetect geen drivers voor U zal laden)
# hwdetect --show-net
  • Controleer of udev de module (die U in de lijst van hwdetect net heeft gezien) heeft geladen met /bin/lsmod:
# lsmod | grep <naam_van_de_module>
  • Als dit niet het geval is, laad de module dan zelf met /sbin/modprobe:
# modprobe <naam_van_de_module>

Template:Box Note

  • Controleer of de driver een bruikbare draadloze kernel interface heeft gemaakt met /usr/sbin/iwconfig:
# iwconfig

(Op het scherm zou een beschikbare draadloze interface zichtbaar moeten zijn)

  • Start de interface met /sbin/ifconfig <interface> up.


Een voorbeeld, gebruik makende van een atheros draadloze kaart en de madwifi driver:

ifconfig ath0 up

(Uw draadloze interface heeft mogelijk een andere naam, afhankelijk van de module (driver) en chipset: wlan0, eth1, etc.)

  • Voer de identificatie van het draadloze netwerk in met iwconfig <interface> essid "<naam_van_het_netwerk>" key <de_beveiligings_sleutel>
# iwconfig ath0 essid "linksys" key 0241baf34c
  • Verkrijg een IP adres met /sbin/dhcpcd <interface>:
# dhcpcd ath0
  • Controleer of de verbinding werkt met <code>/bin/ping:
# ping -c 3 www.google.com
  • U bent nu klaar.


Nadat de installatie van Arch Linux compleet is, wilt U Wireless Setup (Engels) doorlezen om een permanente oplossing voor Uw systeem te verzekeren. Deze aanpak levert slechts eenmalig een werkende draadloze verbinding.

Keer terug naar vc/1 met <ALT>+F1. Vervolg de installatie met Voorbereiden van de Harde Schijf

Voorbereiden van de Harde Schijf

WAARSCHUWING: Het partitioneren van harde schijven kan data vernietigen. U wordt ten strengste geadviseerd een backup te maken van belangrijke bestanden.

Controleer de naamgeving en indeling van de harde schijven door /sbin/fdisk met de -l optie.

Open een andere virtuele console(met bijvoorbeeld <ALT>+F3) en voer dit commando in:

# fdisk -l

Noteer de schijven en partities die u wilt gebruiken voor uw Arch installatie.

Ga terug naar het installatie script met <ALT>+F1

Selecteer de opie "Prepare Hard Drive".

  • Optie 1: Auto Prepare

Auto-Prepare verdeelt uw harde schijf in de volhende configuratie:

  • ext2 /boot partitie, standaard grootte 32MB. U wordt gevraagd of u de grootte van de partitie wilt aanpassen naar uw eisen
  • swap partitie, stamdaard grootte 256MB. U wordt ook gevraagd of u de grootte van de partitie wilt aanpassen naar uw eisen
  • Een aparte / en /home partitie, (groottes kunnen ook hier zelf gekozen worden). U kan kiezen uit ext2, ext3, reiserfs, xfs and jfs, maar / en /home zullen hetzelfde bestandssysteem gebruiken als u kiest voor voor Auto Prepare.

Pas op, de Auto Prepare optie zal de gekozen harde schijf volledig formateren. Lees de waarschuwing die de installeerder uw geeft, en controleer dat de goede harde schijf wordt gebruikt.

  • Option 2: (Aanbevolen) Partitioneer harde schijven (met cfdisk)

Deze optie staat een meer gepersonaliseerd partitioneren voor uw persoonlijke wensen toe.

Op dit punt zouden meer gevorderde GNU/Linux gebruikers die al eerdere handmatig harde schijven hebben gepartioneerd door kunnen gaan naar Selecteren van Paketten .

Partitioneren van de Harde Schijven

Partitie Informatie

Het partitioneren van een harde schijf definieert specifieke delen (de partities) van de harde schijf die elk beschikbaar zullen zijn als een aparte schijf. Op deze partities kan een bestandssysteem worden gemaakt (door formattering).

  • Er bestaan 3 typen partities:
  1. Primair (of Primary)
  2. Uitgebreid (of Extended)
  3. Logisch (of Logical)

Primary partities kunnen opstartbaar zijn, er kunnen maximaal 4 primaire partities op een schijf aanwezig zijn. Als een partitieschema meer dan 4 partities vereist zijn wij genoodzaakt om een extended partitie aan te maken. In deze extended partitie is het mogelijk meerdere logical partities aan te maken.

Extended partities zijn niet bruikbaar als schijf, maar zijn slechts een "ruimte" waarin logical partities kunnen worden gemaakt. Als het gebruik van een extended partitie nodig is kan een harde schijf 1 extended partitie bevatten; met hierin een aantal logical partities.

Wanneer we een schijf partitioneren is het goed om te weten hoe de nummering van partities verloopt: Het begint bij de primaire partities sda1-3, gevold door een uitgebreide partitie sda4 met hierin de logische partities; sda5, sda6 etc. Partities op een 2e of 3e fysieke harde schijf in het systeem worden aangegeven met sdb(1, 2, 3 etc) en sdc(1, 2, 3 etc).

Swap Partitie

Een swap partitie is een partitie op de harde schijf, toegewezen als overloop voor het computer werkgeheugen. Het staat de kernel toe dit gebied op de harde schijf te gebruiken als extra werkgeheugen, als de hoeveelheid werkgeheugen in het systeem niet voldoet.

Vroeger gold de regel dat de swap partitie zo groot als 2x de hoeveelheid RAM (werk) geheugen moest zijn. Over de tijd, hedendaagse computers hebben aanzienlijk meer werkgeheugen beschikbaar, is deze regel komen te vervallen. Bij machines met tot 512 MB RAM is het nog nuttig om de 2x regel toe te passen. Bij machines met 1GB RAM, of meer, is het voldoende om een 1x regel toe te passen. Bij erg grote hoeveelheden RAM zouden we zelfs het maken van een swap partitie in het geheel achterwege kunnen laten, al raden wij dit niet aan. In dit voorbeeld zullen wij een 1 GB swap partitie aanmaken.

Note: Als U gebruik wilt maken van de slaapstand, dan moet de swap partitie minstens zo groot zijn (maar liever nog iets groter) als de hoeveelheid fysiek werkgeheugen aanwezig in het syteem.
Partitie Schema

Een partitie schema is een persoonlijke voorkeur. De keuzes van elke gebruiker zullen afhankelijk zijn van hun specifieke benodigdheden en voorkeuren.

Mogelijkheden voor aparte partities zijn:

/ (root) Het root bestandssysteem is het primaire bestandssysteem waaronder alle overige bestandssystemen vallen. Alle bestanden en mappen verschijnen onder de root map "/", zelfs als deze bestanden of mappen op een andere fysieke schijf zijn opgeslagen.

/boot Deze map bevat de kernel en het ramdisk image, samen met het configuratiebestand voor de opstart software. /boot bevat ook alle data die nodig is voor de kernel begint aan het uitvoeren van "userspace" programma's. Dit omvat bijvoorbeeld opgeslagen master boot record sectoren en sector map bestanden.

/home Gebruiker bestanden en gebruiker- specifieke configuratie voor verschillende software wordt in de home map van gebruikers opgeslagen. Vaak beginnen deze mappen en bestanden met een "." karakter (een "dot file"). Deze bestanden zijn zo gekenmerkt als verborgen. De home map bevat vaak ook favorieten, downloads, muziek en documenten van de gebruiker.

/usr /usr is het secundaire bestandssysteem in de hiërarchie. Het bevat het meerendeel van (meerdere-)gebruikers tools en applicaties. /usr bevat deelbare, alleen-lezen data. Dit betekent dat /usr deelbaar is tussen verschillende systemen en niet mag worden beschreven, dit met enige uitzondering het updaten van het systeem of een stuk software. Alle informatie die systeem specifiek is of met de tijd verandert wordt elders opgeslagen.

/tmp Een directory voor programma's die tijdelijke bestanden gebruiken.

/var Bevat variabele data; administratieve en log data, pacman's cache, de ABS boom, etc.

Note: Naast /boot zijn de volgende mappen essentieel voor het opstarten van het systeem (en mogen dus niet op een apartie partitie staan, maak voor deze mappen dus geen aparte partitie aan!): '/bin', '/dev', '/etc', '/lib', '/proc' en '/sbin'.

Het heeft voordelen om aparte partities voor mappen te gebruiken en niet alles in een partitie te combineren:

  • Instelbaarheid: Bestandssystemen die op een aparte partitie zijn gesteld kunnen in /etc/fstab onafhankelijk van elkaar worden ingesteld met een aantal parameters als 'nosuid', 'nodev', 'noexec', 'readonly', etc.
  • Stabilliteit: Een gebruiker of programma kan een bestandssysteem volledig in de war sturen als deze hiervoor schrijfrechten heeft. In zo'n geval kunnen systeem-kritische bestanden op een andere partitie onaangedaan blijven.
  • Snelheid: Een bestandssysteem wat vaak word beschreven zal over de tijd gefragmenteerd raken. (een effectieve methode om fragmentatie te voorkomen is te voorkomen dat een bestandssysteem vol loopt.) Bestandssystemen op aparte partities blijven onaangedaan. Ook kunnen bestandssystemen apart van elkaar worden gedefragmenteerd.
  • Integriteit: Als een bestandssysteem corrupt raakt blijven bestandssystemen op aparte partities onaangedaan.
  • Flexibilliteit: Het delen van bestanden kan versimpeld zijn als aparte bestandssystemen worden gebruikt. Men zou een apart bestandssysteem voor muziek, films, fotos of dergelijken kunnen maken en deze in zijn geheel delen. Zo is media gedeeld beschikbaar en is de rest van het systeem afgeschermd.

In dit voorbeeld zullen we aparte partities aanmaken voor /, /var, /home en een swap partitie. Template:Box Note

Hoe groot moeten mijn partities zijn?

Deze vraag is alleen te beantwoorden op basis van individuele wensen. Als U geen of weinig ervaring heeft met het opstellen van partitieschemas, dan is het simpelweg mogelijk om een partitie voor root en een swap partitie te maken. Hieronder volgt een voorbeeld van een mogelijk opgedeeld partitieschema:

  • Het root bestandssysteem (/) zal in dit voorbeeld de /usr map bevatten. Deze kan redelijk groot worden en is voornamelijk afhankelijk van de hoeveelheid software die wordt geinstalleerd.
  • Het /var bestandssysteem zal, naast andere data, de ABS boom en de pacman cache bevatten. Het behouden van de pacman cache van installatiepaketten is nuttig als afwaarderen (terugvallen op een vorige versie) van een programma nodig is. /var groeit constant; de pacman cache neemt steeds toe naarmate U meer software installeert, maar kan veilig worden geleegd als dit nodig is. 6-8 Gigabyte is een goede richtlijn voor desktop systemen. Server systemen hebben over het algemeen extreem grote /var bestandssystemen.
  • Het /home bestandssysteem is waar gebruikers hun documenten, downloads en multimedia opslaan. Op desktop-systemen is /home vaak met ruime voorsprong het grootste bestandssysteem.
  • Een extra 25% ruimte, toegevoegd aan elk bestandssysteem, geeft ruimte voor onvoorziene zaken en dient als een methode om fragmentatie te voorkomen.

Uit de hieboven genoemde richtlijnen besluiten wij het voorbeeld systeem zo op te zetten: ~15GB root (/) partitie, ~6GB /var, 1GB swap en een /home partitie bestaande uit de overgebleven ruimte op de harde schijf.

cfdisk

Begin met het maken van de primarie partitie die het root, (/), bestandssysteem zal bevatten.

Kies New -> Primary en voer het gewenste formaat in MB voor de root partitie in. Plaats de partitie aan het begin van de schijf!

Definieer verder het type als '83 Linux' met Type. De gevormde / partitie zal in ons voorbeeld als sda1 zichtbaar zijn.

Maak nu nog een primaire partitie voor /var, en stel Type in als '83 Linux'. De gevormde /var partitie zal in ons voorbeeld als sda2 zichtbaar zijn.

Maak vervolgens een swap partitie aan. Selecteer hier bij Type 82 (Linux swap / Solaris). De gevormde swap partitie zal in ons voorbeeld als sda3 zichtbaar zijn.

Maak als laatste een primaire partitie aan voor het /home bestandssysteem. Neem alle overgebleven ruimte en selecteer als Type weer '83 Linux'. Deze partitie zal in ons voorbeeld zichtbaar zijn als sda4.

Voorbeeld:

Name    Flags     Part Type    FS Type           [Label]         Size (MB)
-------------------------------------------------------------------------
sda1               Primary     Linux                             15440 #root
sda2               Primary     Linux                             6256  #/var
sda3               Primary     Linux swap / Solaris              1024  #swap
sda4               Primary     Linux                             140480 #/home

Kie nu Write en typ yes om de wijzigingen op te slaan. Let er op dat dit de aanwezige data op de schijf zal wissen en zal overschrijven met de gekozen configuratie!. Kies Quit om cfdisk te verlaten, ga verder met "Instellen Mountpoints van het Bestandssysteem".

Template:Box Note

Instellen Mountpoints van het Bestandssysteem

Er zal eerst naar uw swap partitie worden gevraagd. Kies de juiste partitie (sda3 in dit voorbeeld). Er zal u worden gevraagd of u een swap bestandssysteem wilt creëeren; kies yes. Kies vervolgens waar de / (root) directory gemount moet worden (sda1 in dit voorbeeld). Op dit moment zal u gevraagd worden om het bestandssysteem type.

Bestandssysteem Typen

Nogmaals, een bestandssysteem type is een zeer subjectieve zaak waarbij het neerkomt op persoonlijke voorkeur. Elk systeem kent zijn eigen voordelen, nadelen, en unieke eigenaardigheden. Hier is een zeer beknopt overzicht van ondersteunde bestandssystemen:

1. ext2 Second Extended Filesystem- Oud, betrouwbaar GNU/Linux bestandssysteem. Zeer stabiel, maar zonder journaling ondersteuning. Kan ongeschikt bevonden worden voor root (/) en /home, vanwege de lange fsck's. Een ext2 bestandssysteem kan eenvoudig worden omgezet naar ext3. Wordt doorgaans als een goede keuze voor /boot/ beschouwd daar een journal weinig toegevoegde waarde heeft.

2. ext3 Third Extended Filesystem- In essentie het ext2 systeem, maar met journaling ondersteuning. ext3 is volledig compatibel met ext2. Extreem stabiel, volwassen, en veruit het meest gebruikte, ondersteunde en ontwikkelde GNU/Linux bestandssysteem.

High Performance Filesystems:

3. ReiserFS - Hans Reiser's high-performance journaling FS gebruikt een zeer interessante methode qua doorvoering van data welke gebaseerd is op een onnconventioneel en creatief algorithme. ReiserFS wordt beschouwd als zeer snel, zeker wanneer het het omgaan met veel, kleine bestanden betreft. ReiserFS is snel met formatteren, maar relatief traag met mounten. Vrij volwassen en stabiel. Er wordt niet actief ontwikkeld aan ReiserFS op dit moment (Reiser4 is het nieuwe Reiser bestandssysteem). Wordt doorgaans als goede keuze voor /var/ beschouwd.

4. JFS - IBM's Journaled FileSystem- Het eerste bestandssysteem dat journaling aanbood. JFS is vele jaren gebruikt in het IBM AIX® OS voordat het naar Linux werd ongezet. JFS gebruikt momenteel de minste CPU bronnen van alle GNU/Linux bestandssystemen. Zeer snel in formatteren, mounten en fsck's, en zeer goede all-around prestaties, zeker in samenwerking met de deadline I/O scheduler. (Zie JFS.) Niet zo globaal ondersteund als ext of ReiserFS, maar zeer volwassen en stabiel.

5. XFS - Opnieuw een vroeg journaling bestandssysteem wat oorspronkelijk werd ontwikkeld door Silicon Graphics voor het IRIX OS en omgezet naar Linux. XFS biedt een zeer snelle doorvoering van grote bestanden en grote bestandssystemen. Zeer snel in formatteren en mounten. Globaal getest als trager met veel kleine bestanden, in vergelijking met andere bestandssystemen. XFS is zeer volwassen en is momenteel het enige stabiele Linux bestandssysteem met de mogelijkheid tot online defragmentatie.

Over Journaling

Alle bovenstaande bestandssystemen, met uitzondering van ext2, gebruiken journaling. Journaling bestandssystemen zijn foutbestandige bestandssystemen die gebruik maken van een journal waarin veranderingen worden vastgelegd voordat ze worden uitgevoerd om metadata corruptie te voorkomen indien er een crash volgt. Merk op dat niet alle journaling technieken gelijk zijn; in het bijzonder, enkel ext3 biedt data-mode journaling, (hoewel niet standaard), wat enkel zowel data als meta-data vastlegt (maar met een flinke snelheidsbeperking als gevolg). De andere bieden enkel ordered-mode journaling, wat enkel meta-data vastlegt. Hoewel alle bestandssystemen in staat zijn uw bestandssysteem in een geldige staat terug te brengen vanuit een crash, biedt data-mode journaling de beste bescherming tegen het corrupt raken van het systeem en het verlies van data maar kan te lijden krijgen van een prestatie degradatie, omdat alle data twee keer wordt weggeschreven (first naar de journal, daarna naar de schijf). Afhankelijk van hoe belangrijk uw data is, kan dit in ogenschouw worden genomen bij het kiezen van uw bestandssysteem type.

Wij gaan verder...

Kies en creëer het bestandssysteem (formatteer de partitie) voor / door yes te selecteren. Er wordt u nu gevraagd om extra partities toe te voegen. In ons voorbeeld blijven sda2 en sda4 over. Kies voor sda2 een bestandssysteem type en mount dit als /var. Kies tenslotte een bestandssysteemtype voor sda4 en mount dit als /home. Keer terug naar het hoofdmenu.

Selecteren van Paketten

Nu slecteren wij de paketten die op het systeem geïnstalleerd zullen worden.

  • Core ISO: Kies de CD als born en selecteer de juiste CD drive als er meer dan een heeft.
  • FTP ISO: Selecteer een FTP/HTTP mirror. Let er op dat archlinux.org is gethrottled tot 50KB/s.
  • 2008.06 installatie media: Paket categorie BASE wordt nu standaard geïnstalleerd.

De selctie van paketten wordt verdeeld in twee gedeeltes. Eerst wordt de basispaket categorie geselecteerd, dan krijgt u de volledige paketlijst gepresenteerd, waar u uw selecties kunt bijstellen. Gebruik de spatiebalk om te selecteren en deslecteren. Kies OK om verder te gaan en kies voorlopig 'yes' bij 'Select all packages by default'.

Het volgende scherm laat u de geselecteerde paketten binnen de geselecteerde categorieën zien.

Template:Box Note

Zodra u klaar bent met het selecteren van de paketten die u nodig heeft, verlaat dan het selectiescherm en ga verder met de volgende stap, Installeren van Paketten.

Installeren van Paketten

Kies vervolgens voor 'Install Packages'. Er zal u worden gevraagd of u de paketten in de pacman cache wilt houden. Als u 'yes' kiest, heeft u de mogelijkheid om in de toekomst paketten te downgraden naar eerdere paketversies, dus dit wordt aanbevolen (u kunt in de toekomst altijd de cache leeg maken). Het installatiescript zal nu de geselecteerde paketten, evenals de standaard Arch 2.6 kernel, op uw systeem installeren.

  • FTP ISO: De Pacman paket manager zal nu de geselecteerde paketten downloaden en installeren. (Zie vc/5 voor output, vc/1 om terug te keren naar de installer)
  • CORE ISO: De paketten worden van de CD geïnstalleerd.

Opmerking: Voor de Arch 2007.08 FTP installatie: na 'Install Packages' moet u pacman upgraden (<ALT>+F3, pacman -Syu) en opnieuw 'Install Packages' doen.

Configuratie van het Systeem

Het nauwkeurig volgen en begrijpen van deze stappen is zeer van belang bij het samenstellen van een goed geconfigureerd systeem.

Op dit punt van de installatie, is het nodig om de primaire configuratiebestanden van het Arch Linux basissysteem te configureren.

De installer zal u vragen of u kiest voor hwdetect om informatie over uw configuratie te verzamelen. Beginners kunnen hier het beste voor 'yes' kiezen.

Gevorderde gebruikers die zeer bekend zijn met hun hardware, benodigde modules, en die er bereid toe zijn handmatig /etc/rc.conf, /etc/mkinitcpio, /etc/fstab, en andere systeemkritische configuratiebestanden van grond af te configureren kunnen hier 'no' selecteren. (Omdat deze optie erg gespecialiseerd en uitermate betrokken is met het systeem en daarom aan deze gids voorbij gaat, wordt dit hier verder niet behandeld.)

Vervolgens wordt u gevraagd of u ondersteuning wenst voor het opstarten vanaf USB apparaten, FireWire apparaten, PCMCIA apparaten, NFS shares, software RAID arrays, LVM2 volumes, encrypted volumes, en DSDT ondersteuning. Kies yes als u dit nodig heeft; in ons voorbeeld is niets hiervan nodig.

Nu wordt u gevraagd welke text editor u wilt gebruiken; kies nano of, indien u er bekend mee bent, vim. U krijgt een menu te zien met de belangrijkste configuratiebesstanden van uw systeem.

Template:Box Note


Kan de installer dit op een meer geautomatiseerde wijze doen?

Het verbergen van het proces van de configuratie van het system is in directe tegenspraak met De Arch Manier. Ondanks dat het waar is dat recente versies van de kernel en hardwaredetectieprogramma's een uitstekende hardware ondersteuning en auto-configuratie bieden, presenteert Arch de gebruiker de mogelijkheid om continu configuratiebestanden tijdens de installatie aan te passen teneinde transparantie en systeembronnen beheersing te bereiken. Tegen de tijd dat u deze bestanden heeft aangepast aan de hand van uw specificaties, heeft u zich de eenvoudige methode van het handmatig configureren van een Arch Linux systeem eigen gemaakt en bent u beter bekend geraakt met de basisstructuur, waardoor u beter in staat ben om uw nieuwe installatie productief te kunnen gebruiken en onderhouden.

/etc/rc.conf

Arch Linux volgt de *BSD traditie in het gebruiken van /etc/rc.conf als de hoofdlocatie voor de systeemconfiguratie. Dit ene bestand bevat een grote hoeveelheid configuratie informatie, voornamelijk gebruikt tijdens de opstartprocedure. Zoals de naam inpliceert, bevat het bestand ook instellingen voor de /etc/rc* bestanden.

  • LOCALIZATION sectie
    • LOCALE=: Dit stelt de systeem locale in, die gebruikt zal worden door alle software met i18n ondersteuning. Een lijst van beschikbare locales is beschrikbaar door het commando 'locale -a' vanuit een terminal te draaien. De standaardinstelling is goed voor US English gebruikers.
    • HARDWARECLOCK=: Specificeert of de hardwareklok, die tijdens opstarten en afsluiten word gesynchroniseert, de tijd opslaat als UTC of localtime. UTC ligt voor de hand omdat het het gebruik van tijdzones en zomer-, wintertijd versimpelt. localtime is nodig als U een dual-boot systeem heeft met een tweede besturingssysteem, zoals bijvoorbeeld windows, wat de huidige tijd alleen opslaat in de hardware klok.
    • USEDIRECTISA: Gebruik directe I/O aanvragen in plaats van /dev/rtc voor hwclock
    • TIMEZONE=: Specificeert de tijdzone waarin het systeem zich bevind. (Alle beschikbare tijdzones zijn te vinden onder /usr/share/zoneinfo/).
    • KEYMAP=: Alle beschikbare toetsenbordindelingen zijn beschikbaar in /usr/share/keymaps. Let op dat deze instelling alleen van toepassing is op de terminal vensters, niet op grafische omgevingen.
    • CONSOLEFONT=: Beschikbare terminal fonts staan onder /usr/share/kbd/consolefonts/ als U wilt veranderen. De standaard instelling (geen) is goed.
    • CONSOLEMAP=: Definieert de terminal map die moet worden geladen door het setfont programma tijdens de startprocedure. Mogelijke maps zijn te vinden in /usr/share/kbd/consoletrans. De standaardinstelling (geen) is goed.
    • USECOLOR=: Selecteer "yes" als U een kleurenmonitor heeft en gebruik wilt maken van kleuren in terminals. Dit heeft geen invloed op kleuren in de grafische omgeving.
LOCALE="en_US.utf8"
HARDWARECLOCK="localtime"
USEDIRECTISA="no"
TIMEZONE="Europe/Amsterdam"
KEYMAP="us"
CONSOLEFONT=
CONSOLEMAP=
USECOLOR="yes"
  • HARDWARE sectie
    • MOD_AUTOLOAD=: Als we dit als "yes" instellen zal udev automatisch hardware tijdens op startprocedure vinden en de nodige modules laden. Zet dit alleen op "no" als U zelf weet welke modules nodig zijn voor Uw hardware.
    • MOD_BLACKLIST=: Deze optie word niet langer gebruikt, zie MODULES=.
    • MODULES=: Specificeer hier MODULES als U weet dat een module mist, (hwdetect heeft, als het goed is, alle van belang zijnde modules voor U ingevuld). Specificeer ook modules die U specifiek niet wil laden met een uitroepteken (!) ervoor. In ons voorbeeld zijn de IPV6 en de vervelende pcspeaker module voorzien van een !, en worden dus niet geladen tijdens de opstartprocedure.
# Zoek naar hardware en laad de modules automatisch tijdens starten
MOD_AUTOLOAD="yes"
# Module Blacklist - niet meer in gebruik
MOD_BLACKLIST=()
#
MODULES=(e100 eepro100 mii slhc snd-ac97-codec snd-intel8x0 soundcore !net-pf-10 !pcspkr)
  • NETWORKING sectie
    • HOSTNAME=: Zo zal het systeem heten op het netwerk, bijvoorbeeld computerjan.
    • eth0= 'Ethernet, kaart 0'. Configureer het IP, netmask en broadcast adres. als U gebruik maakt van een statisch IP. Verander dit in eth0="dhcp" als U gebruik wilt maken van DHCP (van toepassing op de meeste thuissituaties)
    • INTERFACES=: Specificeer hier alle interfaces. Als U niet gebruik maakt van DHCP, onthoud dat dat de waarde van de variabele gelijk zal zijn aan de regel die aan ipconfig wordt toegevoegd als U zelf het apparaat configureert in een terminal.
    • gateway=: Als U gebruik maakt van een statisch IP, ztel dan hier het gateway adres in. Als U wel gebruik maakt van DHCP dan kunt U deze waarde negeren.
    • ROUTES=: Als U gebruik maakt van een statisch IP, verwijder dan het ! voor 'gateway'. Als U wel gebruik maakt van DHCP dan kunt U deze waarde uitgemarkeerd laten met een uitroepteken (!).


Een voorbeeld, gebruik makende van DHCP:

HOSTNAME="arch"
#eth0="eth0 192.168.0.2 netmask 255.255.255.0 broadcast 192.168.0.255" 
eth0="dhcp"
INTERFACES=(eth0)
gateway="default gw 192.168.0.1"
ROUTES=(!gateway)

Template:Box Note

  • DAEMONS sectie

Dit array bevat simpelweg de namen van de scripts in /etc/rc.d/ die moeten worden gestart tijdens de opstartprocedure, en in welke volgorde dit moet gebeuren.

DAEMONS=(@network syslog-ng netfs crond)
  • Als een script-naam voor word gegaan door een uitroepteken (!), dan wordt deze niet uitgevoerd.
  • Als een script-naam voor word gegaan door een apestaartje (@), dan wordt dit script op de achtergrond uitgevoerd. De opstartprocedure zal niet wachten tot het script in zijn geheel if afgerond voor verder te gaan met de rest van de procedure. (nuttig op het systeem te versnellen, maar niet mogelijk bij alle daemons)
  • Pas deze lijst aan als systeemdiensten worden geinstalleerd als het starten van deze diensten tijdens het opstarten gewenst is.

De 'BSD-style' initialisatie is 'de Arch mannier' van doen, waar anderen met vele symbolische links in /etc/init.d mappen werken. Zie ook Veelgestelde Vragen (Engels).

Over DAEMONS

Het is op dit moment niet nodig om de DAEMONS regel aan te passen, maar het is nuttig uit te leggen wat daemons zijn; we zullen ze verderop in deze gids nodig hebben. Een daemon is een programma dat op de achtergrond werkt, wachtend op gebeurtenissen en biedt diensten aan. Een goed voorbeeld is een webserver die wacht op een aanvraag van een gebruiker naar een internet pagina, of een SSH server, wachtend tot een gebruiker in logt. Waar dit volledige programmas zijn, bestaan er ook daemons wiens werk minder duidelijk zichtbaar is. Een voorbeeld is een daemon die berichten naar een logbestand schrijft (bijv. syslog, metalog), een daemon die de processor-frequentie verlaagt als het systeem niet de volledige snelheid nodig heeft (bijv. cpufreq) of een daemon die een grafische login verzorgt (bijv. gdm, kdm). Al deze programmas (daemons) kunnen toegevoegd worden aan de DAEMONS lijn en zullen dan worden gestart tijdens de opstartprocedure. Nuttige daemons zullen in deze gids worden voorgesteld.

Geschiedkundig komt de term daemon van de programmeurs van het MAC project aan de MIT. Zij namen de naam van Maxwell's demon, een fictief wezen van een beroemd gedachten experiement dat voortdurend in de achtergrond werkt. UNIX systemen hebben deze term overgenomen en het backronym disk and execution monitor bedacht.

  • Tip: Alle Arch daemons zijn te vinden in /etc/rc.d/
/etc/fstab

De fstab (dit staat voor file system table) is het deel van de systeemconfiguratie wat alle beschikbare schijven en partities noemt, verder configureert het ook hoe deze moeten worden geïnitialiseerd of in het gehele bestandssysteem moet worden geplaatst. Het /etc/fstab bestand wordt meestal gebruikt met het mount commando. Het mount command voegt een bestandssysteem op een apparaat toen aan het bestandssysteem van het systeem zodat het zichtbaar en berijkbaar is voor de gebruiker. mount -a word door /etc/rc.sysinit, op ongeveer 3/4 van het opstartproces, aangehaald. Dit leest het /etc/fstab bestand om te bepalen welke opties in acht moeten worden genomen als de gespecificeerde apparaten worden gemount. Als de optie noauto in /etc/fstab aanwezig is bij een apparaat, dan zal deze niet automatisch worden gemount tijdens de opstartprocedure.

Een voorbeeld /etc/fstab:

# <file system>        <dir>        <type>        <options>                 <dump>    <pass>
none                   /dev/pts     devpts        defaults                       0         0
none                   /dev/shm     tmpfs         defaults                       0         0
#/dev/cdrom            /media/cdrom   auto        ro,user,noauto,unhide          0         0
#/dev/dvd              /media/dvd     auto        ro,user,noauto,unhide          0         0
#/dev/fd0              /media/fl      auto        user,noauto                    0         0
/dev/disk/by-uuid/0ec-933.. /          jfs        defaults,noatime               0         1
/dev/disk/by-uuid/7ef-223.. /home      jfs        defaults,noatime               0         2
/dev/disk/by-uuid/530-1e-..  swap     swap        defaults                       0         0
/dev/disk/by-uuid/4fe-110.. /var     reiserfs     defaults,noatime,notail        0         2 

Template:Box Note

  • Het eerste veld, <file systems>, beschrijft het apparaat of bestandssysteem op afstand wat moet worden toegevoegd aan het systeem (mount). Voor gebruikelijke mounts vinden we in dit veld een link (gemaakt door mknod wat wordt aangehaald door udev tijdens de opstartprocedure) naar het apparaat of partitie; bijvoorbeeld, '/dev/cdrom' of '/dev/sda1'. In plaats van een directe link naar het apparaat of partitie, geeft de Arch installatieprocedure het te mounten bestandssysteem aan met zijn UUID.

Template:Box Note

ls -lF /dev/disk/by-uuid/

Dit commando zal alle partities op het systeem weergeven met hun UUID


  • Het tweede veld, <dir>, beschrijft het punt in het bestandssysteem waar moet worden gemount. Voor swap partities (die niet zichtbaar zijn in het bestandssysteem) moet dit veld 'swap' bevatten.
  • Het derde veld, <type>, beschrijft het type van het bestandssysteem. De Linux kernel ondersteunt veel verschillende typen bestandssystemen. (een lijst van bestandssystemen die de momenteel werkende kernel ondersteunt, kijk in /proc/filesystems). 'swap' Houdt in dat een bestand of partitie wordt gebruikt als swap. 'ignore' zal ervoor zorgen dat de regel wordt genegeerd.
  • Het vierde veld, <options>, beschrijft de mount opties voor het bestandssysteem op die regel. Het is een lijst van opties, gescheiden door het komma teken. Het bevat tenminste het type mount en additionele opties nodig voor het type bestandssysteem. Documentatie over beschikbare opties is beschikbaar in mount(8). (# man mount)
  • Het vijfde veld, <dump>, wordt gebruikt om te bepalen van welke bestandssystemen een backup moet worden gemaakt. dump is een backup programma. Als het vijfde veld niet aanwezig is wordt een 0 waarde aan dump doorgegeven, waaruit dump opmaakt dat het maken van een backup niet nodig is. Let op dat dump niet standaard beschikbaar is en apart moet worden geinstalleerd.
  • Het zesde veld, <pass>, wordt gebruikt door het fsck(8) programma om de volgorde van controles aan het bestandsysteem te bepalen. Het root bestandssysteem moet aangegeven worden met een <pass> waarde van 1, andere bestandssystemen moeten een <pass> waarde hebben van 2 of 0. Als dit zesde veld niet aanwezig is of een 0 bevat, dan wordt een 0 waarde aan fsck doorgegeven en zal fsck aannemen dat het bestandssysteem niet moet worden gecontroleerd op fouten.
  • Als U van plan bent hal te gebruiken om automatisch verwijderbare media als DVDs, externe hardeschijven en USB pendrives te mounten, dan is het raadzaam om de lijnen voor de cdrom en dvd als 'uit' te markeren (met een # voor de regel) in voorbereiding voor de configuratie van hal. Deze configuratie wordt verderop in deze gids besproken.


Meer uitgebreide informatie is beschikbaar in de Fstab wiki pagina.

mkinitcpio.conf

Het aanpassen van dit bestand is niet nodig op dit moment; de volgende informatie is puur informaties.

Dit bestand staat het U toe om het initiele geheugen (vaak bekend als initial ramdisk of "initrd") te configureren. initrd Is een bestand, ingepakt met gzip, dat word gelezen tijdens de kernel opstart procedure. Het doen van initrd is om het systeem te voorzien van toegang tot het bestandssysteem. Dit betekent dat het modules moet laden die nodig zijn voor apparaten als IDE, SCSI of SATA schijven (of USB/FW als U van USA of FW start). Zodra initrd de juiste modules heeft geladen geeft het de controle over het systeem door aan Arch, het systeem start nu verder op. initrd heeft dus enkel betrekking op modules die nodig zijn voor schijftoegang, niets meer.

mkinitcpio is de volgende generatie van inirramfs creation. Het heeft vele voordelen boven de oudere mkinitrd en mkinitramfs scripts.

  • Het maakt gebruik van klibc en kinit die zijn ontwikkeld door Linux kernel ontwikkelaars als een klein lichtgewicht systeem voor vroege userspace.
  • Het kan gebruik maken van udev voor de autodetectie van hardware, wat het laden van onnodige modules voorkomt.
  • Het hook-gebasseerd init script is makkelijk uit te breiden.
  • Het heeft van zichzelf ondersteuning voor lvm2', dm-crypt voor legacy en luks volumes, raid, swsusp en suspend2, hervatten en starten van USB opslag apparaten.
  • Veel eigenschappen kunnen worden ingesteld vanuit een terminal zonder de noodzaak het image opnieuw te compileren.
  • Het mkinitcpio script maakt het mogelijk om het image in de kernel te voegen, het maken van een alles omvattend kernel beeld is dus mogelijk.
  • Door zijn flexibilliteit is het opnieuw compileren van de kernel vaak niet nodig.

mkinitcpio is ontwikkeld door Aaron Griffin en Tobias Powalowski met hulp van enkele leden uit de Linux gemeenschap

/etc/modprobe.d/modprobe.conf

Het is op dit moment niet nodig om dit bestand aan te passen.

  • modprobe.conf kan gebruikt worden om speciale configuratie voor kernel modules in te stellen.
/etc/resolv.conf (for statisch IP)

De resolver is een set van routines in de C bibiliotheek die toegang geven tot het Internet Domein Naam Systeem (DNS). Een van de vele functies van DNS is het vertalen van domein namen naar IP adressen, om het internet gebruikersvriendelijker te maken. Het configuratiebestand voor de resolver, /et/cresolv.conf, bevat informatie die wordt gelezen door de resolver.

  • Als U gebruikt maakt van DHCP, dan kunt U dit bestand veilig negeren, Het zal automatisch worden gemaakt en overschreven door de dhcpcd daemon. U kunt dit gedrag veranderen als U wilt. (Zie Network (Engels)).

Als U gebruik maakt van een statisch IP, stel dan Uw DNS server in. in /etc/resolv.conf (nameserver <ip-adres>). Dit kunnen zo veel zijn als U wenst. Een voorbeeld (OpenDNS, een gratis DNS server)

nameserver 208.67.222.222
nameserver 208.67.220.220

Als U gebruik maakt van een router, dan stelt U waarschijnlijk de DNS servers in in de configuratie van Uw router. U verwijst dan vervolgens naar het IP-adres van de router:

nameserver 192.168.1.1

Als U gebruik maakt van DHCP, dan geeft Uw ISP waarschijnlijk automatisch de configuratie door.

/etc/hosts

Dit bestand verbind IP adressen met hostnames en aliassen, een regel per IP adres. Voor elke hostnaam moet een regel aanwezig zijn met de volgende informatie:

<IP-adres> <hostnaam> [aliassen]

Voeg Uw hostnaam, overeenkomend met wat U in /etc/rc.conf heeft gebruikt, als een alias toe, zodat het er zo uit ziet:

127.0.0.1   localhost.localdomain   localhost uwhostnaam

Template:Box Note

Als U gebruik maakt van een statisch IP, voeg dan nog een lijn toe die er zo uit ziet: <statisch-IP> <hostnaam.domainname.org> <hostnaam> voorbeeld: 192.168.1.100 yourhostname.domain.org yourhostname

  • TIP: Voor gemak is het mogelijk om /etc/hosts te gebruiken voor hostnamen op Uw netwerk of op het internet, voorbeeld:
64.233.169.103   www.google.com   g
192.168.1.90   media
192.168.1.88   data

Het voorbeeld hierboven staat U toe om naar google te gaan door simpelweg 'g' in uw browser te typen, en geeft toegang tot media en data opslap op het netwerk bij naam en zonder de noodzaak om het IP adres van de server op het netwerk uit het hoofd te kennen.

/etc/hosts.deny en /etc/hosts.allow

Tango-view-refresh-red.pngThis article or section is out of date.Tango-view-refresh-red.png

Reason: please use the first argument of the template to provide a brief explanation. (Discuss in Talk:Beginners' Guide/Installatie (Nederlands)#)

Pas deze configuraties naar wens aan indien u gebruik wilt maken van de ssh daemon. De standaard configuratie zal alle binnenkomende connecties weigeren, niet alleen ssh connecties. Pas uw /etc/hosts.allow bestand aan en voeg de juiste parameters toe:

  • sta iedereen toe verbinding te maken
sshd: ALL
  • beperk dit tot een bepaald ip
sshd: 192.168.0.1
  • OF beperk dit tot een IP bereik
sshd: 10.0.0.0/255.255.255.0

Indien u geen gebruik wilt maken van de ssh daemon, laat dit bestand dan onaangepast, (leeg), ter behoeve van de beveiliging.

/etc/locale.gen

Het /usr/sbin/locale-gen commando leest /etc/locale.gen om specifieke locales te genereren. Zij kunnen dan door glibc en elk ander locale-bewust programma of library worden gebruikt om "eigenaardige" tekst te kunnen laten zien, weergeven van regionale monetaire waarden, formaat van tijd en datum, alfabetische eigenaardigheden, en andere locale-specifieke standaarden. De mogelijkheid om een standaard locale in te stellen is een groot ingebouwd voorrecht van het gebruik van een UNIX-achtig operating system.

/etc/locale.gen is standaard een leeg bestand met commented documentatie. Eenmaal aangepast, blijft het bestand onaangeraakt. locale-gen draait op elke glibc upgrade, waarbij alle locales gespecificeerd in /etc/locale.gen gegenereerd worden.

Kies de locale(s) die u nodig heeft (verwijder het # voor de regels die u wilt), b.v.:

en_US ISO-8859-1
en_US.UTF-8	

De installer zal nu het locale-gen script uitvoeren, wat de locales genereert die u gespecificeerd heeft. U kunt uw locale in de toekomst veranderen door /etc/locale.gen aan te passen en vervolgens 'locale-gen' uit te voeren als root.

Template:Box Note

Root wachtwoord

Stel tenslotte een root password in en verzeker uzelf ervan dat u het onthoudt. Ga terug naar het hoofdmenu en ga verder met het installeren van de bootloader.

Pacman-Mirror

Kies een mirror repository voor pacman.

  • archlinux.org is gethrottled, downloads zijn beperkt tot 50KB/s

Ga terug naar het hoofdmenu.

Installatie van een Bootloader

Omdat we geen secundair besturingssysteem hebben in ons voorbeeld, hebben we een bootloader nodig. GNU GRUB is de aanbevolen bootloader. U kunt als alternatief LILO gebruiken.

GRUB

De standaard GRUB configuratie (/boot/grub/menu.lst) zou afdoende moeten zijn, maar controleer de inhoud om u van precisie te verzekeren. Wellicht wilt u de resolutie van de console aanpassen door een vga=<number> kernel argument dat overeenkomt met de wenste resolutie voor de virtual console toe te voegen. (Een tabel met resoluties en de bijbehorende nummers is opgenomen in menu.lst.)

Voorbeeld:

title  Arch Linux (Main)
root   (hd0,0) 
kernel /boot/vmlinuz26 root=/dev/disk/by-uuid/0ec1-9339.. ro vga=773
initrd /boot/kernel26.img

Template:Box Note

Uitleg:

Regel 1: titel: Een afgedrukte menuselectie. "Arch Linux (Main)" zal op het scherm worden afgedrukt als menuselectie.

Regel 2: root: GRUB's root; de schijf en de partitie waar de kernel (/boot) verblijft, volgens de BIOS van het systeem. (Waar GRUB's stage2 bestand verblijft, om precies te zijn). NIET per definitie het root (/) bestandssysteem, aangezien ze op verschillende partities kunnen verblijven. Het nummerschema van GRUB begint bij 0, en gebruikt het hdx,x formaat ongeacht het om IDE of SATA gaat, en wordt binnen haakjes gezet.

Het voorbeeld laat zien dat /boot op de eerste partitie van de eerste schijf staat, volgens BIOS, of, (hd0,0).

Regel 3: kernel: Deze regel specificeert:

  • De locatie en de bestandsnaam van de kernel gerelateerd aan GRUB's root.

In het voorbeeld is /boot slechts een directory die verblijft op dezelfde partitie als / en vmlinuz26 is de bestandsnaam van de kernel; /boot/vmlinuz26. Als /boot op een aparte partitie had gestaan, waren de locatie en de besstandsnaam simpelweg /vmlinuz26 geweest, gerelateerd aan GRUB's root.

  • Het root= argument bij het kernel statement specificeert de partitie met de root directory (/) in het opgestarte systeem, (de partitie die sbin/init bevat, om precies te zijn), volgens het UUID nummeringsschema sinds 2008-04rc, die het /dev/disk/by-uuid/xxxx-xxxx-xxxx formaat gebruikt.
  • Een eenvoudige manier om de twee voorkomens van 'root' in /boot/grub/menu.lst van elkaar te onderscheiden is te onthouden dat het eerste root statement GRUB informeert waar de kernel verblijft, daar waar het tweede root= kernel argument de kernel vertelt waar het root bestandssysteem (/) verblijft.
  • Kernel opties.

In ond voorbeeld, mount ro het bestandssysteem om alleen te lezen tijdens het opstarten, en het "vga=773" argument zal u een 1024x768 framebuffer gegeven met 256 color depth.

Regel 4: initrd: (Voor de eerste RAM schijf) De locatie en de bestandsnaam van het eerste RAM bestandssysteem relatief aan GRUB's root. Nogmaals, in het voorbeeld is /boot slechts een directory die veblijft op dezelfde partitie als / en kernel26.imgis is de initrd bestandsnaam; /boot/kernel26.img. Als /boot op een aparte partitie had gestaan, waren de locatie en de besstandsnaam simpelweg /vmlinuz26 geweest, gerelateerd aan GRUB's root.

Installeer de GRUB bootloader op de master boot record, (sda in ons voorbeeld).

Herstarten

Dat was het; u heeft uw Arch Linux basissysteem geinstalleerd en geconfigureerd. Sluit de installatie, en herstart:

# reboot

(Verwijder de installatie CD)

Uw nieuwe Arch Linux systeem zal opstarten en eindigen met een login prompt (indien nodig kunt u uw opstartvolgorde in uw BIOS herstellen om van de harde schijf op te starten).

Gefeliciteerd, en welkom bij uw glimmende, nieuwe Arch Linux basissysteem!

Uw nieuwe Arch Linux basissysteem is nu een functionele GNU/Linux omgeving en klaar voor aanpassingen. Vanaf hier, kunt u deze elegante set programma's gebruiken om ervan te maken wat u maar wilt of nodig heeft.

Login met de root account. Wij zullen pacman configureren en het systeem als root updaten, en dan een normale gebruiker toevoegen. Template:Box Note

Tango-view-refresh-red.pngThis article or section is out of date.Tango-view-refresh-red.png

Reason: please use the first argument of the template to provide a brief explanation. (Discuss in Talk:Beginners' Guide/Installatie (Nederlands)#)

Related articles

Introductie

Wat is Arch Linux?

Arch Linux is een onafhankelijk ontwikkelde Linux distributie, die geoptimaliseerd is voor i686 en x86_64 en die oorspronkelijk gebaseerd was op ideeën van CRUX. De ontwikkeling van Arch Linux is gefocused op een balans van simpelheid, elegantie, correcte code en de nieuwste software. Het lichtgewichte en simpele ontwerp maken het makkelijk om Arch Linux uit te breiden of om te vormen tot wat voor systeem je wil hebben.

Licentie

Arch Linux en scripts zijn copyright

2002-2007 Judd Vinet

2007-2009 Aaron Griffin

en vallen onder de GNU General Public License (GPL).

Arch Linux installeren

Alvorens te installeren

Arch Linux is geoptimaliseerd voor i686 en x86_64 processors en zal daarom niet draaien op lagere of andere generaties van x86 processors, zoals i386, i486 en i586. Een Pentium II of AMD K6-2 processor of hoger is vereist. Alvorens Arch Linux te installeren, moet je beslissen welk installatie-medium je wilt gaan gebruiken. Arch Linux voorziet in opstartbare ISO en USB disk images, die de GRUB bootloader gebruiken. De ISO images zullen op bijna elke machine met een cd-romspeler werken. De USB images zullen werken op elk systeem met de mogelijkheid om van een USB-apparaat op te starten. Voor degenen die problemen hebben met het niet starten van GRUB, zijn er ISO's met de ISOLINUX bootloader beschikbaar. Er zijn twee varianten van elk installatiemedium, die allen verschillen in meegeleverde pakketten.

  • De "core" images bevatten de [core] pakketten zoals ze op het moment van maken van de images in de repository's zaten. Deze images zijn bedoeld voor mensen met een langzame of moeilijk te configureren internetverbinding.
  • De "ftp" images bevatten geen pakketten, maar gebruiken het netwerk om de meest recente pakketten te installeren. Deze images hebben de voorkeur, omdat ze resulteren in een bijgewerkt systeem en zijn bedoeld voor mensen met een snelle internetverbinding.

Je kunt met beide images de installatie configureren om de pakketten via FTP te verkrijgen, en alle images kunnen worden gebruikt als een volledig functionerende herstelomgeving. De images draaien hetzelfde als een geinstalleerd Arch Linux systeem. In feite zijn ze exact hetzelfde, alleen dan geinstalleerd op een CD of USB image in plaats van een hardeschijf. De images bevatten de gehele "base" pakketenset, evenals diverse netwerkprogramma's en drivers. Als je tijdens het gebruik van deze images een software-pakket nodig hebt, dat niet op de CD staat, dan kun je het eenvoudigweg installeren via pacman, nadat je je internetverbinding hebt geconfigureerd. Een korte pacman handleiding is beschikbaar aan het eind van dit document. De meest gangbare (en aanbevolen) installatieprocedure is om de installatiemedia te gebruiken om alleen de "base" pakketten te installeren, evenals de pakketten en drivers die nodig zijn om online te kunnen. Vervolgens, als je het geinstalleerde systeem succesvol hebt opgestart, draai je een volledige systeem upgrade (met 'pacman -Syu') en installeer je de andere pakketten die je wilt.

Arch Linux verkrijgen

  • Je kunt Arch Linux downloaden van elk van de spiegelservers in de lijst op de download pagina.
  • Je kunt ook een Arch Linux installatie CD kopen van Archux, OSDisc of LinuxCD en deze laten bezorgen waar dan ook in de wereld.

Installatie-media voorbereiden

CD-ROM

  • Download iso/<release>/archlinux-XXX.iso
  • Download iso/<release>/sha1sums.txt
  • Controleer de integriteit van het .iso image met sha1sum:
 sha1sum --check sha1sums.txt
 archlinux-XXX.iso: OK
  • Brand het ISO image op een CD-R of een CD-RW, bijvoorbeeld met Wodim:
 wodim -v dev=/dev/cdrw archlinux-XXX.iso

USB

  • Download iso/<release>/archlinux-XXX.img
  • Download iso/<release>/sha1sums.txt
  • Controleer de integriteit van het .img image met sha1sum:
 sha1sum --check sha1sums.txt
 archlinux-XXX.img: OK
  • Schrijf het .img image naar een USB mass storage apparaat, zoals een usb stick, met dd:
 dd if=archlinux-XXX.img of=/dev/sdX

Verzeker jezelf ervan dat je /dev/sdX gebruikt en niet /dev/sdX1. Dit commando zal alle bestanden op je USB stick onherroepelijk vernietigen, dus verzeker jezelf ervan dat er geen belangrijke bestanden meer op staan, alvorens je dit commando uitvoert.

Installatiemedia gebruiken

Controleer dat je BIOS is geconfigureerd om het opstarten van een CD-ROM of USB apparaat toe te staan. Herstart je computer met de Arch Linux installatie CD in de cd-romspeler of de USB stick in de USB poort. Zodra het installatiemedium is opgestart, zul je het Arch Linux logo zien, alsmede een GRUB menu dat wacht op je selectie. In de meeste gevallen kun je op "enter" drukken om verder te gaan met opstarten. Aan het eind van de opstartprocedure zou je een login prompt moeten zien, met een aantal simpele instructies bovenin het scherm. Je moet inloggen als de gebruiker "root". Op dat moment ben je klaar om met de daadwerkelijke installatie te beginnen, tenzij je nog handmatig een aantal voorbereidingen wilt treffen.

Met gebruik van de beschikbare shell gereedschappen kan een ervaren gebruiker de hardeschijf of andere apparaten voorbereiden alvorens de installatie te starten. Merk op dat de Arch Linux installatiemedia ook een /arch/quickinst script bevatten voor ervaren gebruikers. Dit script installeert de "base" pakketten in een door de gebruiker gespecificeerde bestemming. Als je een installatie uitvoert met RAID of LVM, of als je de reguliere installatieroutine niet wilt gebruiken, is het quickinst script een goede keuze. Na uitvoeren van quickinst moet je het systeem wel zelf configureren, omdat het script geen enkele vorm van automatische configuratie uitvoert.

Algemene installatie procedure

Installatie stappen:

  1. Een niet-US Keymap laden
  2. Setup uitvoeren
  3. Installatiebron selecteren
    1. CD-ROM of OTHER SOURCE
    2. FTP/HTTP
      1. Netwerk configureren
      2. Spiegelserver kiezen
  4. Klok instellen
  5. Hardeschijf voorbereiden
    1. Automatisch partitioneren
    2. Hardeschijf partitioneren
    3. Aanhechtingspunten van bestandssysteem configureren
  6. Pakketten selecteren
  7. Pakketten installeren
  8. Systeem configureren
  9. Bootloader installeren
  10. Installatie afsluiten

Inloggen en een niet-US keymap laden

Als je een niet-US keymap moet laden en/of een ander console lettertype wilt instellen, kun je het "km" commando gebruiken.

 km

Setup uitvoeren

Nu kun je /arch/setup uitvoeren, om het installatieprogramma aan te roepen.

 /arch/setup

Na een informatief welkomstbericht word je het hoofdmenu van het installatieprogramma voorgeschoteld. Je kunt de pijltjestoetsen (alleen omhoog en omlaag) gebruiken om de menu's te navigeren. Gebruik TAB om te wisselen tussen knoppen en ENTER om een menu of knop selecteren. Op elk willekeurig moment in de installatieprocedure kun je overschakelen naar de zevende virtuele console (ALT-F7), om uitvoer van de commando's van het installatieprogramma te bekijken. Gebruik (ALT-F1) om terug te schakelen naar de eerste console, waar het installatieprogramma draait, of andere F-toetsen daartussenin, als je een andere console wilt openen om handmatig in te grijpen tijdens de installatie.

Bron selecteren

Als eerste stap moet je de methode kiezen die je wilt gebruiken om Arch Linux te installeren. Als je een snelle internetverbinding hebt, zal je voorkeur uitgaan naar de FTP installatie, om verzekerd te zijn van de meest recente pakketten. Indien je een langzame of moeilijk te configureren internetverbinding hebt, kun je kiezen voor een installatie van CD of USB image.

CD-ROM of OTHER SOURCE

Als je kiest voor een CD-ROM of OTHER SOURCE installatie, kun je alleen de pakketten kiezen die de CD bevat (die kunnen behoorlijk oud zijn), of pakketten die opgeslagen zijn op een medium dat je handmatig hebt aangehecht (DVD, USB stick, andere partitie) aan het bestandssysteem. Uiteraard is het voordeel van zo'n installatie, dat je geen internetverbinding nodig hebt. Installatie van een CD-ROM is de aanbevolen keuze voor gebruikers met een dial-up verbinding of gebruikers die niet in staat zijn om de pakketten te downloaden.

FTP/HTTP
Netwerk configureren

Het eerste menu "Setup Network" geeft je de mogelijkheid om je netwerkverbinding te configureren. Als je gebruik maakt van een draadloos netwerkapparaat, moet je nog steeds de gebruikelijke commando's gebruiken om de verbinding handmatig (in de console) te configureren. Er wordt een lijst met alle gevonden netwerkapparaten gepresenteerd. Als er nog geen ethernet apparaat beschikbaar is, of het ethernetapparaat dat je normaal gebruikt er niet tussen staat, kun je OK kiezen om het apparaat te zoeken, of naar een andere console overschakelen om de benodigde module handmatig te laden. Als je daarna je netwerkkaart nog steeds niet kunt configureren, controleer dan of de kaart fysiek goed geinstalleerd is en of de kaart wordt ondersteund door de Linux kernel.

Als de juiste module is geladen en je gewenste netwerkkaart wordt weergegeven, moet je het ethernet apparaat selecteren dat je wilt configureren. Je krijgt de mogelijkheid om het netwerk te configureren met DHCP. Als je netwerk gebruik maakt van DHCP, kies je YES, waarna het installatieprogramma de netwerkkaart configureert. Als je NO kiest, wordt je gevraagd om de informatie voor het configureren handmatig in te vullen. Hoe dan ook, je netwerk moet succesvol worden geconfigureerd, waarna je de internetverbinding in een andere console kunt testen met het commando "ping".

Spiegelserver kiezen

"Choose Mirror" geeft je de mogelijkheid om een spiegelserver te kiezen, om de pakketten van te downloaden die zullen worden geinstalleerd in je Arch Linux systeem. Je zou een spiegelserver moeten kiezen die zich het dichtst bij je huidige locatie bevindt, om de meest optimale downloadsnelheden te behalen. Op een later punt in de installatieprocedure word je de mogelijkheid gegeven om de gekozen spiegelserver te gebruiken als de standaard spiegelserver voor de nieuwe installatie.

Note: ftp.archlinux.org is gelimiteerd tot 50 KB/s.

Deze menu-opties zijn alleen beschikbaar als je een FTP installatie kiest. Na succesvolle voorbereiding, kies "Return" om naar het hoofdmenu van het installatieprogramma terug te keren.

Klok instellen

"Set Clock" geeft je de mogelijkheid om de datum en tijd van je systeem te configureren. Kies UTC als je BIOS klok is ingesteld op UTC, of localtime als je BIOS klok is ingesteld op de lokale tijd. Als je een besturingssysteem hebt geinstalleerd, dat niet overweg kan met UTC BIOS tijden, zoals Windows, kies dan voor localtime, anders heeft UTC de voorkeur. Daarna vraagt het installatieprogramma om het continent en land te kiezen, waarna de bijbehorende tijdzone wordt ingesteld.

Hardeschijf voorbereiden

"Prepare Hard Drive" leidt je naar een submenu, die twee mogelijkheden geeft om de hardeschijf van bestemming voor te bereiden voor de installatie.

Automatisch partitioneren

De eerste keuze is "Auto-Prepare", en zal je hardeschijf automatisch partitioneren in een /boot, swap, een root partitie en een /home voor de overgebleven ruimte, waarna op elke partitie een bestandssysteem wordt gemaakt. Deze partities worden vervolgens automatisch aangehecht op de juiste plaatsen. Om precies te zijn, Auto-Prepare maakt:

  • 32 MB ext2 /boot partitie
  • 256 MB swap partitie
  • 7.5 GB root partitie
  • /home partitie met de overgebleven ruimte

Je wordt gevraagd om de groottes van de partities aan je eisen aan te passen, maar /home zal altijd de overgebleven ruimte gebruiken.

AUTO-PREPARE ZAL ALLE GEGEVENS OP DE GEKOZEN HARDESCHIJF ONHERROEPELIJK VERWIJDEREN!

Als je voorkeur uitgaat naar handmatig partitioneren, kun je de andere twee opties, "Partition Hard Drives" en "Set Filesystem Mountpoints", gebruiken om de bestemming voor te bereiden naar gelang jou specificaties, zoals hieronder beschreven. Na een succesvolle voorbereiding kies je Return om naar het hoofdmenu terug te keren.

Hardeschijf partitioneren

"Partition Hard Drives" moet worden overgeslagen als je "Auto-Prepare" al hebt gekozen!

In alle andere gevallen moet je de hardeschijf/hardeschijven selecteren, die je wilt partitioneren, waarna je in het cfdisk programma komt. In cfdisk kun je de partitiestructuur vrijelijk wijzigen, totdat je [Write] en [Quit] gebruikt. Je hebt minstens een root partitie nodig, om de installatie te kunnen voortzetten. Het is behulpzaam om ergens te noteren op welke plek je partities je gaat aanhechten in het bestandssysteem, aangezien dat wordt gevraagd in de volgende stap.

Aanhechtingspunten voor bestandssystemen instellen

"Set Filesystem Mountpints" moet ook worden overgeslagen, als je "Auto-Prepare" koos om de hardeschijf voor te bereiden. Je moet dit menu kiezen als je de partitiestructuur hebt aangepast aan je wensen, of als er al een geschikte partitiestructuur aanwezig was.

De eerste vraag die beantwoord moet worden, is welke partitie moet worden gebruikt als swap. Selecteer de hiervoor gemaakte swap partitie van de lijst, of kies NONE als je geen swap partitie wilt gebruiken. Het gebruik van een swapbestand wordt niet direct ondersteund door het installatieprogramma. Als je toch een swapbestand wilt gebruiken, kies je voor NONE, waarna je de andere aanhechtingspunten configureert. Daarna schakel je naar een andere console, waar je handmatig een swapbestand kunt activeren met het "swapon" commando. Als je ervoor kiest om een swap partitie te gebruiken, wordt er gevraagd of je een bestandssysteem op de gekozen partitie wilt maken. Omdat een swap partitie een specifiek bestandssysteem gebruikt, moet je hier altijd voor YES kiezen.

Na het configureren van de swap partitie word je gevraagd om de partitie aan te geven die gebruikt gaat worden als root partitie. Dit is verplicht. Het configureren van aanhechtingspunten en bestandssystemen voor partities wordt herhaald voor alle gekozen partities, tot je DONE kiest in het menu. Het installatieprogramma zal /boot suggereren voor alle volgende aanhechtingspunten na swap en root. Elke keer als je een een aan te hechten partitie geselecteerd hebt, word je gevraagd of je een bestandssysteem op de respectievelijke partitie wilt maken. Kiezen voor YES geeft je de mogelijkheid om het soort bestandssysteem te kiezen om te maken. De partities worden vervolgens geformatteerd met het gekozen bestandssysteem, waarbij alle gegevens op de gekozen partities worden vernietigd. Het is geen probleem om NO te kiezen, als je de bestaande gegevens op de partitie wilt bewaren. Alvorens het echte formatteren begint, zal het installatieprogramma al je keuzes presenteren en vragen of je door wilt gaan. Na het formatteren en aanhechten van de partities kies je Return om naar het hoofdmenu terug te keren en door te gaan met de volgende stap.

Pakketten selecteren

"Select Packages" geeft je de mogelijkheid om de pakketten te kiezen die je wilt installeren van CD, USB of een FTP spiegelserver. Je hebt de mogelijkheid om hele pakketgroepen te selecteren vanwaar je pakketten wilt installeren, waarna je de individuele pakketten kunt (de)selecteren met de spatiebalk. Het is aanbevolen om alle "base" pakketten te installeren, maar niets anders op dit moment. De enige uitzondering op de regel is het installeren van pakketten die benodigd zijn voor het configureren van je internetverbinding.

Als je klaar bent met de pakketselectie, kies je voor Return om naar het hoofdmenu terug te keren en door te gaan met de volgende stap.

Pakketten installeren

"Install Packages" zal nu het "base" systeem op de gekozen hardeschijf installeren, alsmede alle andere door jou geselecteerde pakketten en de bijbehorende afhankelijkheden.

Systeem configureren

"Configure System" geeft je de mogelijkheid om de configuratiebestanden te wijzigen, die cruciaal zijn voor je nieuwe installatie. Je wordt gevraagd om een programma te kiezen, waarmee je de configuratiebestanden wilt wijzigen, waarbij je kunt kiezen tussen VIM en nano.

Configuratiebestanden

Dit zijn de belangrijkste configuratiebestanden voor Arch Linux. Alleen de meest belangrijke configuratiebestanden worden hier opgesomd. Als je hulp nodig hebt bij het configureren van een specifiek programma, lees dan de respectievelijke manpages of gebruik online documentatie. In de meeste gevallen zijn de Arch Linux Wiki en het forum een goede bron van informatie.

  • /etc/rc.conf
  • /etc/fstab
  • /etc/mkinitcpio.conf
  • /etc/modprobe.d/modprobe.conf
  • /etc/resolv.conf
  • /etc/hosts
  • /etc/hosts.deny
  • /etc/hosts.allow
  • /etc/locale.gen
  • /etc/pacman.d/mirrorlist


/etc/rc.conf

Dit is het hoofd configuratiebestand voor Arch Linux. Het geeft je de mogelijkheid om je keyboard, tijdzone, hostname en netwerk te configureren, alsmede daemons die moeten worden opgestart, kernel modules die moeten worden geladen of geblacklist, netwerk profielen die moeten worden gestart en meer.

LOCALE: Dit configureert je systeem taal, welke wordt gebruikt door alle i18n-vriendelijke programma's. Zie locale.gen hieronder voor beschikbare opties. De standaardinstelling is geschikt voor US English gebruikers.

HARDWARECLOCK: UTC in het geval je BIOS klok is geconfigureerd voor UTC, of localtime als je BIOS klok is geconfigureerd voor de lokale tijd. Als je een besturingssysteem hebt, dat niet overweg kan met UTC BIOS tijden, zoals Windows, kies dan voor localtime. In alle andere gevallen heeft UTC de voorkeur, omdat zomertijd/wintertijd dan geen probleem meer is. Ook heeft UTC een aantal andere positieve aspecten.

USEDIRECTISA: Indien ingesteld op "yes", gebruikt "hwclock" expliciete I/O instructies om de hardware klok te benaderen. Anders zal hwclock gebruik proberen te maken van het /dev/rtc apparaatbestand. De standaardinstellling "no" is geschikt voor niet-ISA machines.

TIMEZONE: Specificeert je tijdzone. Mogelijke tijdzones zijn het relative pad naar een zoneinfo bestand, beginnend bij de map /usr/share/zoneinfo. Een Duitse tijdzone zou bijvoorbeeld Europe/Berlin kunnen zijn, welke verwijst naar het bestand /usr/share/zoneinfo/Europe/Berlin. Als je de exacte naam van je tijdzone-bestand niet weet, kun je dit in de bovengenoemde map opzoeken.

KEYMAP: Definieert de keymap die wordt geladen met het "laodkeys" programma tijdens de opstartprocedure. Mogelijke keymaps kunnen worden gevonden in de map /usr/share/kbd/keymaps. Deze instelling is alleen gelding voor de TTY's, niet voor enige grafische windowmanager of X! Ook hier is de standaardinstelling geschikt voor US gebruikers.

CONSOLEFONT: Definieert het console lettertype dat wordt geladen met het "setfont" programma tijdens de opstartprocedure. Mogelijke lettertypes zijn te vinden in /usr/share/kbd/consolefonts.

CONSOLEMAP: Definieert de console map die moet worden geladen met het "setfont" programma tijdens de opstartprocedure. Mogelijke maps kunnen worden gevonden in /usr/share/kbd/consoletrans. Je zult deze parameter willen instellen op een map die geschikt is voor de locale die je hebt gekozen (8859-1 voor Latin1 bijvoorbeeld) als je een UTF-8 locale hebt gebruikt en gebruik maakt van programma's die 8-bit uitvoer genereren. Als je X11 gebruikt voor je dagelijkse werkzaamheden, hoef je hier niet op te letten, aangezien CONSOLEMAP alleen de uitvoer van Linux console applicaties beinvloed.

USECOLOR: Activeert of deactiveert gekleurde statusberichten tijdens het opstarten.

MOD_AUTOLOAD: Indien ingesteld op "yes", wordt udev toegestaan om benodigde modules te laden tijdens het opstarten.

MODULES: In deze array kun je de namen van de modules weergeven, die je geladen wilt hebben tijdens het opstarten, zonder deze te koppelen aan een hardware apparaat, zoals dat in modprobe.conf gebeurt. Voeg eenvoudigweg de naam van de module toe, en zet eventuele parameters voor de modules in modprobe.conf, indien nodig. Een uitroepteken (!) voor een module zal een module blacklisten. Als je een module wilt blacklisten, die niet in de array staat, kun je die toevoegen met het uitroepteken ervoor, om ervoor te zorgen dat de module nooit wordt geladen.

USELVM: Zet op "yes" om "vgchange" uit te voeren tijdens sysinit, waarbij LVM groepen worden geactiveerd.

HOSTNAME: Zet hier de hostname van de machine neer, zonder het domein-achtervoegsel. Dit is jouw keuze, zolang je het bij letters, cijfers en zwevende streepjes houdt.

INTERFACES: Hier definieer je de instellingen voor je netwerkapparaten. De standaard regels en het commentaar leggen de instellingen duidelijk uit. Als je DHCP gebruikt, zou 'eth0="dhcp"' moeten werken. Als je geen DHCP gebruikt, houdt dan in gedachten dat de waarde van de variabele (waarvan de naam gelijk moet zijn aan de naam van het apparaat dat het moet configureren) gelijk is aan de lijn die zou worden toegevoegd aan het "ifconfig" commando, als je het apparaat handmatig zou configureren in de shell.

ROUTES: Je kunt je eigen statische netwerkroutes hier definieren met willekeurige namen. Kijk naar het voorbeeld voor een standaard gateway voor het idee. Eigenlijk is het quoted gedeelte identiek aan hetgeen je meegeeft aan een handmatig "route add" commando. Daarom is "man route" aanbevolen als je niet weet wat je hier neer wilt zetten. De standaardinstelling is aanbevolen voor de meesten.

NET_PROFILES: Activeert bepaalde netwerkprofilen tijdens het opstarten. Netwerkprofielen bieden een makkelijke manier om meerdere netwerkconfiguraties te beheren en zijn bedoeld om de standaard INTERFACES/ROUTES te vervangen, welke nog steeds aanbevolen zijn voor systemen met slechts één netwerkconfiguratie. Als je computer deel uitmaakt van verschillende netwerken op verschillende tijden (bijvoorbeeld een laptop), dan moet je eens kijken naar de map /etc/network-profiles, om een aantal profielen te configureren. Er zijn sjablonen meegeleverd voor veschillende netwerkconfiguraties. Netwerkprofielen vereisen het "netcfg" pakket.

DAEMONS: Deze array bevat simpelweg de namen van de scripts die in /etc/rc.d/ staan, en die moeten worden uitgevoerd tijdens het opstartproces. Als een scriptnaam wordt voorafgegaan door een uitroepteken (!), dan wordt het script niet uitgevoerd (zelfde methode als blacklisten van kernel modules). Als een script wordt voorafgegaan door een apestaartje (@), dan zal het worden uitgevoerd in de achtergrond (het opstartproces zal dan niet wachten tot het script in zijn geheel is uitgevoerd, alvorens verder te gaan met het volgende script). Normaal hoef je de standaardinstelling niet te veranderen om een werkend systeem te krijgen, maar je zult deze array in de loop van de installatie gaan aanpassen, als je systeemservices als sshd of samba gaat installeren en deze automatisch gestart wil hebben als je systeem opstart.

/etc/fstab

De instellingen voor de bestandssystemen en aanhechtingspunten worden hier geconfigureerd. Het installatieprogramma zal hier de benodigde regels hebben gemaakt, maar het is aan te raden om dit even te controleren. Als je gebruik maakt van een versleutelde root partitie, LVM of RAID, dan zul je waarschijnlijk de door het installatieprogramma ingevoegde UUIDs moeten veranderen in apparaatnamen.


/etc/mkinitcpio.conf

Dit bestand biedt de mogelijkheid om de initial ramdisk voor je systeem te configureren. De ramdisk is een gzipped image die wordt ingelezen door de kernel tijdens het opstarten. Het doel van een ramdisk is om het systeem te bootstrappen tot het punt waar de kernel het root bestandssysteem kan benaderen. Dit betekend dat de ramdisk alle modules moet laden, die vereist zijn om opslagapparaten als IDE, SCSI of SATA hardeschijven (of USB/Firewire) te kunnen herkennen. Zodra de ramdisk de juiste modules heeft geladen, handmatig of via udev, wordt de controle overgedragen aan de opstartscripts van Arch Linux, waarna het opstarten van het systeem doorgaat. Om deze reden hoeft de ramdisk alleen de modules te bevatten, die nodig zijn om het root bestandssysteem te kunnen benaderen. De ramdisk hoeft niet alle modules te bevatten die je ooit wilt gaan gebruiken. De overgrote meerderheid van de modules die je over het algemeen zult gebruiken, zullen tijdens de initprocedure worden geeladen bij udev.

Standaard is mkinitcpio.conf geconfigureerd om alle benodigde modules voor IDE, SCSI en SATA apparaten te detecteren met behulp van zogenoemde HOOKS. Dit betekend dat de standaard initrd (initrd is een afkorting voor Initial Ramdisk) voor bijna iedereen werkt. Je kunt mkinitcpio.conf wijzigen en de subsystem HOOKS (waaronder IDE, SCSI, RAID, USB, etcetera) verwijderen, als je die niet nodig hebt. Daarnaast kun je de initrd nog verder modificeren, door de benodigde modules exact te specificeren in de MODULES array, waarna nog meer HOOKS kunnen worden verwijderd. Wees hier extreem voorzichtig mee, omdat een niet functioneel initrd ervoor zorgt dat je systeem niet wil opstarten.

Als je gebruik maakt van RAID of versleuteling op je root bestandssysteem, dan zul je de RAID/CRYPT insteling onderaan het bestand willen optimaliseren. Zie de wiki pagina's voor RAID/LVM, versleuteling van het bestandssysteem en meer informatie over mkinitcpio. Als je gebruik maakt van een niet-US keyboard, dan moet je ook de 'keymap' HOOK toevoegen aan HOOKS. Als je een USB keyboard hebt, moet je de 'usbinput' hook toevoegen aan HOOKS.


/etc/modprobe.d/modprobe.conf

Dit bestand vertelt de kernel welke modules het moet laden voor systeemapparaten en welke parameters er aan die modules moeten worden meegegeven. Bijvoorbeeld: om de kernel je Realtek 8139 ethernet module te laten laden als het je netwerk start (eth0 configureren), kun je deze regel gebruiken:

 alias eth0 8139too

De meeste mensen zullen dit bestand niet hoeven te wijzigen.


/etc/resolv.conf

Gebruik dit bestand om handmatig je nameserver(s) te configureren, die je wil gebruiken. Het bestand ziet er ongeveer zo uit:

 search domain.tld
 nameserver 192.168.0.1
 nameserver 192.168.0.2

Vervang domain.tld en de IP-adressen door jouw instellingen. Het search domain specificeert het standaard domein dat automatisch wordt toegevoegd aan de unqualified hostnaam (unqualified hostname zou dan 'myhost' zijn en qualified hostname zou dan 'myhost.domain.tld' zijn). Door het toevoegen van de domain name wordt een 'ping myhost' wordt dan effectief een 'ping myhost.domain.tld' met de bovenstaande waardes. Deze instellingen zijn over het algemeen niet zo belangrijk en de meeste mensen zullen hier niets aan veranderen. Als je gebruik maakt van DHCP, zal de inhoud van dit bestand automatisch worden gevuld met de juiste waardes, als het netwerk wordt geconfigureerd, wat erop neer komt dat je dit bestand vrolijk kunt en zou moeten negeren.


/etc/hosts

In dit bestand associeer je de hostnamen van de computers op je netwerk met de bijbehorende IP-adressen. Als een hostnaam niet bekend is bij je DNS, dan kun je het hier toevoegen voor correcte resolving. Ook kun je hiermee DNS-antwoorden teniet doen. Normaal gesproken hoef je niets in dit bestand te vervangen, maar je zou de hostnaam + domain van je eigen machine kunnen toevoegen aan dit bestand, associërend met het IP-adres van je netwerkkaart. Sommige services, waaronde Postfix, zullen anders gaan flippen. Als je niet weet wat te doen, wijzig dan voorlopig niets, totdat je "man hosts" hebt gelezen.


/etc/hosts.deny

Dit bestand verbied netwerk services toegang. De standaardinstelling verbied netwerk services alle toegang.

 ALL: ALL: DENY


/etc/hosts.allow

Dit bestand geeft netwerk services toegang. Specificeer hier services die je wilt toestaan. Om machines toe te staan om via ssh in te loggen:

 sshd: ALL: ALLOW


/etc/locale.gen

Dit bestand bevat een lijst met alle ondersteunde locales en beschikbare charsets. Als je een LOCALE kiest in je /etc/rc.conf of als je een programma start, is het vereist om de respectievelijke locale te "uncommenten" (het weghalen van het hekje (#) aan het begin van een regel), om een gecompileerde versie van de locale beschikbaar te maken voor het systeem. Na het uncommenten van een locale moet je als root het commando 'locale-gen' uitvoeren, waarna alle uncommented locales worden gegenereerd. Je moet alle locales uncommenten, die je wilt gaan gebruiken.

Tijdens het installatieproces hoef je locale-gen niet handmatig uit te voeren, dit wordt automatisch gedaan, zodra je de veranderingen in dit bestand hebt opgeslagen. Standaard worden alle locales geactiveerd, die nodig zijn voor de LOCALE die je in rc.conf hebt gedefinieerd. Om je systeem goed te laten werken, moet je minimaal de locale uncommenten die je in rc.conf hebt gespecificeerd.


/etc/pacman.d/mirrorlist

Dit bestand bevat een lijst met spiegelservers, vanwaar pacman de pakketen zal downloaden voor de officiele Arch Linux repositories. De spiegelservers worden geprobeerd in de volgorde waarin ze worden weergegeven. De variabele "$repo" wordt automatisch vervangen door pacman, afhankelijk van de repository die pacman op dat moment gebruikt.

Als je een FTP installatie uitvoert, dan wordt de spiegelserver die je hebt gebruikt voor het downloaden van de pakketten automatisch toegevoegd bovenin het bestand, om ervoor te zorgen dat deze spiegelserver als standaard spiegelserver wordt gebruikt in je nieuwe Arch Linux systeem.

Root wachtwoord instellen

Nu moet je het wachtwoord voor de gebruiker "root" instellen voor je systeem. Kies dit wachtwoord zorgvuldig, bij voorkeur een mix van alfanumerieke en speciale karakters, aangezien het wachtwoord toestaat om belangrijke onderdelen van je systeem te wijzigen.

Als je klaar bent met het wijzigen van de configuratiebestanden, kies je Return om naar het hoofdmenu terug te keren. Het installatieprogramma zal de initrd opnieuw genereren, dit keer met de wijzigingen die je in mkinitcpio.conf hebt gemaakt.

Bootloader installeren

"Install Bootloader" zal GRUB als bootloader installeren op je hardeschijf. Je kunt kiezen voor NONE als je een boatloader hebt geinstalleerd en deze wilt gebruiken om je systeem op te starten. Als je ervoor kiest om GRUB te installeren, zal het installatieprogramma je het GRUB configuratiebestand voorschotelen, waarin je de instellingen even moet controleren en bevestigen.


/boot/grub/menu.lst

Je zou dit bestand moeten controleren en aanpassen, aan de hand van je eisen aan het opstartproces, als je ervoor hebt gekozen om GRUB te installeren. Als je al een bestaande bootloader hebt van een andere Linux-installatie of een ander besturingssysteem, moet je die bootloader configureren om je nieuwe installatie te herkennen en op te kunnen starten. Het installatieprogramma heeft menu.lst al gevuld met de juise UUID regels, die je eventueel moet wijzigen, als je die ook hebt gewijzigd in je fstab bestand, bijvoorbeeld bij gebruik van RAID, LVM of versleuteling.

Na het controleren van de configuratie van je bootloader, word je gevraagd voor een partitie om de bootloader op te installeren. Tenzij je al gebruik maakt van een andere bootloader, zou je GRUB moeten installeren op het MBR (Master Boot Record) van je hardeschijf, welke wordt vertegenwoordigd door het apparaatbestand zonder nummer als achtervoegsel (de apparaatbestanden MET nummer als achtervoegsel zijn de partities op de desbetreffende hardeschijf).

Installatie afronden

Sluit het installatieprogramma af, verwijder het installatiemedium en typ het commando "reboot" op de commandline. Als je systeem opstart, kun je inloggen als de gebruiker "root" met het wachtwoord dat je voor die gebruiker hebt ingesteld tijdens de installatie.

Gefeliciteerd! Welkom in je nieuwe Arch Linux systeem!

Pakketbeheer

Pacman is het pakketbeheerprogramma dat alle software op je systeem bijhoudt. Het heeft ondersteuning voor het oplossen van afhankelijkheden van pakketten en maakt gebruik van standaard gzipped tar archiefbestanden (.tar.gz) voor alle pakketten. Sommige standaardtaken, die je nodig kunt hebben tijdens en na de installatie, zijn hieronder beschreven met hun bijbehorende commando's. Voor een uitgebreide uitleg van pacman's opties is het aanbevolen om "man pacman" te lezen, of de Arch Linux Wiki te raadplegen.


Typische taken:

  • De lijst met beschikbare softwarepakketten en versies verversen
 # pacman --sync --refresh
 # pacman -Sy

Dit commando zal een versie master pakketlijst downloaden van de repository's die gedefineerd zijn in het /etc/pacman.conf configuratiebestand, waarna de pakketlijst wordt uitgepakt in de database-omgeving.

  • Zoek in de repository naar een pakket
 # pacman --sync --search <regexp>
 # pacman -Ss <regexp>

Zoek in elk pakket in de pakketlijst voor namen of beschrijvingen die aan de reguliere expressie voldoen.

  • Toon specifieke informatie voor niet-geinstalleerde pakketten
 # pacman --sync --info foo
 # pacman -Si foo

Toont informatie over het niet-geinstalleerde pakket 'foo' (grootte, installatie-datum, bouw datum, afhankelijkheden, conflicten, etcetera)

  • Installeer een pakket uit de repository's
 # pacman --sync foo
 # pacman -S foo

Download en installeer het pakket 'foo', samen met alle afhankelijkheden die het pakket vereist. Alvorens een sync optie te gebruiken, is het verstandig om de pakketlijst te verversen.

  • Toon geinstalleerde pakketten
 # pacman --query
 # pacman -Q

Toont een lijst van alle geinstalleerde pakketten op het systeem.

  • Controleer of een specifiek pakket is geinstalleerd
 # pacman --query foo
 # pacman -Q foo

Dit commando zal de naam en versie van het pakket 'foo' tonen, als het geinstalleerd is. Als 'foo' niet geinstalleerd is, wordt er niets getoond.

  • Toon specifieke pakketinformatie
 # pacman --query --info foo
 # pacman -Qi foo

Toont specifieke informatie over het geinstalleerde pakket 'foo' (grootte, installatie-datum, bouw datum, afhankelijkheden, conflicten, etcetera)

  • Toon een lijst van bestanden in een pakket
 # pacman --query --list foo
 # pacman -Ql foo

Toont een lijst van alle bestanden die bij het pakket 'foo' horen.

  • Zoek uit bij welk pakket een specifiek bestand hoort
 # pacman --query --owns /path/to/file
 # pacman -Qo /path/to/file

Deze zoekopdracht toont de naam en versie van het pakket dat het bestand bevat dat als parameter is meegegeven.

APPENDIX

Zie de Official Arch Linux Install Guide Appendix voor gerelateerde maar onofficiele informatie, die handig kan zijn voor nieuwe gebruikers.