Beginners' Guide/Installatie (Nederlands)

From ArchWiki
< Beginners' Guide
Revision as of 09:21, 17 June 2012 by Kynikos.bot (Talk | contribs) (rm temporary i18n template)

Jump to: navigation, search
Tip: This is part of a multi-page article for The Beginners' Guide. Click here if you would rather read the guide in its entirety.

Deel I: Installatie van het Basissysteem

Verkrijgen van de nieuwste Installatie bestanden

U kunt Arch's officiële archiso bestand hier vinden. De nieuwste versie is 2010.05

  • Zowel de Core installer als de FTP/HTTP-downloads verzien enkel in de benodigde paketten om een Arch Linux basissysteem te creëeren. Merk op dat het Basissysteem geen GUI bevat. Het bestaat hoofdzakelijk uit de GNU toolchain, (compiler, assembler, linker, libraries, shell, en enkele andere nuttige programma's) de Linux kernel, en een paar extra libraries en modules.

CD installer

Brand de .iso op een CD met een brandprogramma naar voorkeur, en ga verder met Opstarten van de Arch Linux Installer Template:Box Note

USB stick

WAARSCHUWING: Alle data zal van uw USB stick worden verwijderd.

Inserteer een lege of vervangbare USB stick, bepaal de locatie, en zet het .img bestand op de USB stick met het /bin/dd programma:

dd if=archlinux-2008.06-[core_or_ftp]-i686.img of=/dev/sdx

waar if= verwijst naar het pad van het img bestand aanwijst en of= naar dat van de USB stick. Let er op dat u /dev/sdx en niet /dev/sdx1 gebruikt.

Controleer de md5sum (optioneel):

Make een notitie van het aantal records (blocks) die worden ingelezen en weggeschreven, en voer vervolgens de volgende controle uit:

dd if=/dev/sdx count=number_of_records status=noxfer | md5sum

De md5sum die u teruggekoppeld krijgt zou gelijk moeten zijn aan de de m5sum van de gedownloade Arch Linux image; zij zouden allebei gelijk moeten zijn aan het md5sums bestand van de mirror van de distributie.

Ga verder met Opstarten van de Arch Linux Installer

Opstarten van de Arch Linux Installer

Plaats de CD of de USB Stick on het systeem en start hiervan op. Soms kan het nodig zijn de opstartprocedure van het systeem aan te passen in de BIOS (zie handleiding van Uw systeem) of op een toets (gebruikelijk is dit DEL, F1, F2, F11 of F12) te drukken tijdens de BIOS POST procedure.

Geheugen vereisten:

  • CORE : 160 MB RAM x86_64/i686 (alle paketten geselecteerd, met swap partitie)
  • FTP : 160 MB RAM x86_64/i686 (alle paketten geselecteerd, met swap partitie)

Kies in het keuzemenu voor "Boot Archlive" of "Boot Archlive (legacy IDE) als U problemen heeft met libata/PATA.

Om opstartopties te wijzigen drukt u op e. Veel gebruikers willen de resolutie van de framebuffer wijzigen om zo een leesbaarder installatieproces te hebben. Hiertoe voegt u toe:

vga=773

Na toevoeging hiervan aan de kernel regel druk u op <ENTER>. U heeft nu een 1024x768 framebuffer ingesteld. Druk op b om op te starten.

Het systeem zal nu starten en een login prompt geven. Hier logt U in met 'root' en <ENTER>.

Aanpassen van de keymap

Als U een niet-US toetsenbord heeft kunt U dit aangeven met dit commando:

# km

of gebruik het loadkeys commando:

# laodkeys layout

(vervang layout met Uw keyboard layout, bijvoorbeeld "nl")

Documentatie

De gids die U nu aan het lezen bent is (in het engels) op het systeem aanwezig. Verander naar vc/2 met <ALT>+F2, log weer in met root en gebruik "less" om het bestand door te lezen:

# less /arch/beginnersguide.txt

less staat U toe het document door te lezen. Verander terug naar het installatiescherm (vc/1) met <ALT>+F1. U kunt op elk moment met <ALT>+F2 en <ALT>+F1 wisselen tussen de installatieprocedure en de gids.

Starten van de Installatie

Start het installer script als root vanuit vc/1:

# /arch/setup 

Selecteer een installatiebron

Na het welkom scherm wordt u gevraagd de installatiebron te selecteren. Kies de juiste bron voor de installer die u gebruikt.

  • Indien u gekozen heeft voor de CORE installer, ga dan verder met Voorbereiden van de Harde Schijf.
  • Enkel FTP/HTTP: u zal worden gevraagd de ethernet drivers handmatig te laden, indien gewenst. Udev is voldoende effectief om de benodigde modules te laden, dus u kunt er van uitgaan dat dit al gedaan is. U kunt dit controleren door in vc/3 ifconfig -a uit te voeren. (Selecteer OK om verder te gaan.)

Configureren van het Netwerk (FTP/HTTP)

Mogelijke netwerkinterfaces worden aangeboden. Als een interface en HWaddr (HardWare adres) vermeld staat, dan is de benodigde module al geladen. Als de gewenste interface niet vermeld staat zal het nodig zijn de module te laden. Dit kan vanuit het installatiescherm, of zelf vanuit een ander virtueel console, gedaan worden.

In het hieropvolgende scherm zal U gevraagd worden om de interface te selecteren. Kies de juiste interface en vervolg.

De installatieprocedure zal nu vragen of U DHCP wilt gebruiken. Als U hier "Yes" selecteert (dit is raadzaam in veel thuisnetwerk situaties) zal de installer dhcpcd gebruiken om een bruikbare gateway te vinden en een IP aan te vragen; als U hier "No" selecteert zal de installer U vragen om zelf een statisch IP, netmask, broadcast, gateway DNS IP, HTTP proxy en FTP proxy in te voeren. Achteraf zullen alle ingevoerde gegevens als controle worden getoond.

Draadloos Snelstart (Wanneer een draadloze verbinding noodzakelijk is tijdens het installatieproces)

De drivers en tools voor draadloze adapters zijn beschikbaar in de installatie-omgeving.

Als U draadloze netwerktoegang nodig heeft is het volgende de basis aanpak:

  • Wissel naar een vrije console, bijvoorbeeld vc/3, met <ALT>+F3
  • Detecteer Uw draadloze kaart en bijbehorende software module met de /sbin/hwdetect tool. De --show-net toevoeging zal een lijst van U bedraade en draadloze netwerk chipsets geven, samen met de bijbehorende driver(s). (Let op dat hwdetect geen drivers voor U zal laden)
# hwdetect --show-net
  • Controleer of udev de module (die U in de lijst van hwdetect net heeft gezien) heeft geladen met /bin/lsmod:
# lsmod | grep <naam_van_de_module>
  • Als dit niet het geval is, laad de module dan zelf met /sbin/modprobe:
# modprobe <naam_van_de_module>

Template:Box Note

  • Controleer of de driver een bruikbare draadloze kernel interface heeft gemaakt met /usr/sbin/iwconfig:
# iwconfig

(Op het scherm zou een beschikbare draadloze interface zichtbaar moeten zijn)

  • Start de interface met /sbin/ifconfig <interface> up.


Een voorbeeld, gebruik makende van een atheros draadloze kaart en de madwifi driver:

ifconfig ath0 up

(Uw draadloze interface heeft mogelijk een andere naam, afhankelijk van de module (driver) en chipset: wlan0, eth1, etc.)

  • Voer de identificatie van het draadloze netwerk in met iwconfig <interface> essid "<naam_van_het_netwerk>" key <de_beveiligings_sleutel>
# iwconfig ath0 essid "linksys" key 0241baf34c
  • Verkrijg een IP adres met /sbin/dhcpcd <interface>:
# dhcpcd ath0
  • Controleer of de verbinding werkt met <code>/bin/ping:
# ping -c 3 www.google.com
  • U bent nu klaar.


Nadat de installatie van Arch Linux compleet is, wilt U Wireless Setup (Engels) doorlezen om een permanente oplossing voor Uw systeem te verzekeren. Deze aanpak levert slechts eenmalig een werkende draadloze verbinding.

Keer terug naar vc/1 met <ALT>+F1. Vervolg de installatie met Voorbereiden van de Harde Schijf

Voorbereiden van de Harde Schijf

WAARSCHUWING: Het partitioneren van harde schijven kan data vernietigen. U wordt ten strengste geadviseerd een backup te maken van belangrijke bestanden.

Controleer de naamgeving en indeling van de harde schijven door /sbin/fdisk met de -l optie.

Open een andere virtuele console(met bijvoorbeeld <ALT>+F3) en voer dit commando in:

# fdisk -l

Noteer de schijven en partities die u wilt gebruiken voor uw Arch installatie.

Ga terug naar het installatie script met <ALT>+F1

Selecteer de opie "Prepare Hard Drive".

  • Optie 1: Auto Prepare

Auto-Prepare verdeelt uw harde schijf in de volhende configuratie:

  • ext2 /boot partitie, standaard grootte 32MB. U wordt gevraagd of u de grootte van de partitie wilt aanpassen naar uw eisen
  • swap partitie, stamdaard grootte 256MB. U wordt ook gevraagd of u de grootte van de partitie wilt aanpassen naar uw eisen
  • Een aparte / en /home partitie, (groottes kunnen ook hier zelf gekozen worden). U kan kiezen uit ext2, ext3, reiserfs, xfs and jfs, maar / en /home zullen hetzelfde bestandssysteem gebruiken als u kiest voor voor Auto Prepare.

Pas op, de Auto Prepare optie zal de gekozen harde schijf volledig formateren. Lees de waarschuwing die de installeerder uw geeft, en controleer dat de goede harde schijf wordt gebruikt.

  • Option 2: (Aanbevolen) Partitioneer harde schijven (met cfdisk)

Deze optie staat een meer gepersonaliseerd partitioneren voor uw persoonlijke wensen toe.

Op dit punt zouden meer gevorderde GNU/Linux gebruikers die al eerdere handmatig harde schijven hebben gepartioneerd door kunnen gaan naar Selecteren van Paketten .

Partitioneren van de Harde Schijven

Partitie Informatie

Het partitioneren van een harde schijf definieert specifieke delen (de partities) van de harde schijf die elk beschikbaar zullen zijn als een aparte schijf. Op deze partities kan een bestandssysteem worden gemaakt (door formattering).

  • Er bestaan 3 typen partities:
  1. Primair (of Primary)
  2. Uitgebreid (of Extended)
  3. Logisch (of Logical)

Primary partities kunnen opstartbaar zijn, er kunnen maximaal 4 primaire partities op een schijf aanwezig zijn. Als een partitieschema meer dan 4 partities vereist zijn wij genoodzaakt om een extended partitie aan te maken. In deze extended partitie is het mogelijk meerdere logical partities aan te maken.

Extended partities zijn niet bruikbaar als schijf, maar zijn slechts een "ruimte" waarin logical partities kunnen worden gemaakt. Als het gebruik van een extended partitie nodig is kan een harde schijf 1 extended partitie bevatten; met hierin een aantal logical partities.

Wanneer we een schijf partitioneren is het goed om te weten hoe de nummering van partities verloopt: Het begint bij de primaire partities sda1-3, gevold door een uitgebreide partitie sda4 met hierin de logische partities; sda5, sda6 etc. Partities op een 2e of 3e fysieke harde schijf in het systeem worden aangegeven met sdb(1, 2, 3 etc) en sdc(1, 2, 3 etc).

Swap Partitie

Een swap partitie is een partitie op de harde schijf, toegewezen als overloop voor het computer werkgeheugen. Het staat de kernel toe dit gebied op de harde schijf te gebruiken als extra werkgeheugen, als de hoeveelheid werkgeheugen in het systeem niet voldoet.

Vroeger gold de regel dat de swap partitie zo groot als 2x de hoeveelheid RAM (werk) geheugen moest zijn. Over de tijd, hedendaagse computers hebben aanzienlijk meer werkgeheugen beschikbaar, is deze regel komen te vervallen. Bij machines met tot 512 MB RAM is het nog nuttig om de 2x regel toe te passen. Bij machines met 1GB RAM, of meer, is het voldoende om een 1x regel toe te passen. Bij erg grote hoeveelheden RAM zouden we zelfs het maken van een swap partitie in het geheel achterwege kunnen laten, al raden wij dit niet aan. In dit voorbeeld zullen wij een 1 GB swap partitie aanmaken. Template:Box Note

Partitie Schema

Een partitie schema is een persoonlijke voorkeur. De keuzes van elke gebruiker zullen afhankelijk zijn van hun specifieke benodigdheden en voorkeuren.

Mogelijkheden voor aparte partities zijn:

/ (root) Het root bestandssysteem is het primaire bestandssysteem waaronder alle overige bestandssystemen vallen. Alle bestanden en mappen verschijnen onder de root map "/", zelfs als deze bestanden of mappen op een andere fysieke schijf zijn opgeslagen.

/boot Deze map bevat de kernel en het ramdisk image, samen met het configuratiebestand voor de opstart software. /boot bevat ook alle data die nodig is voor de kernel begint aan het uitvoeren van "userspace" programma's. Dit omvat bijvoorbeeld opgeslagen master boot record sectoren en sector map bestanden.

/home Gebruiker bestanden en gebruiker- specifieke configuratie voor verschillende software wordt in de home map van gebruikers opgeslagen. Vaak beginnen deze mappen en bestanden met een "." karakter (een "dot file"). Deze bestanden zijn zo gekenmerkt als verborgen. De home map bevat vaak ook favorieten, downloads, muziek en documenten van de gebruiker.

/usr /usr is het secundaire bestandssysteem in de hiërarchie. Het bevat het meerendeel van (meerdere-)gebruikers tools en applicaties. /usr bevat deelbare, alleen-lezen data. Dit betekent dat /usr deelbaar is tussen verschillende systemen en niet mag worden beschreven, dit met enige uitzondering het updaten van het systeem of een stuk software. Alle informatie die systeem specifiek is of met de tijd verandert wordt elders opgeslagen.

/tmp Een directory voor programma's die tijdelijke bestanden gebruiken.

/var Bevat variabele data; administratieve en log data, pacman's cache, de ABS boom, etc. Template:Box Note Het heeft voordelen om aparte partities voor mappen te gebruiken en niet alles in een partitie te combineren:

  • Instelbaarheid: Bestandssystemen die op een aparte partitie zijn gesteld kunnen in /etc/fstab onafhankelijk van elkaar worden ingesteld met een aantal parameters als 'nosuid', 'nodev', 'noexec', 'readonly', etc.
  • Stabilliteit: Een gebruiker of programma kan een bestandssysteem volledig in de war sturen als deze hiervoor schrijfrechten heeft. In zo'n geval kunnen systeem-kritische bestanden op een andere partitie onaangedaan blijven.
  • Snelheid: Een bestandssysteem wat vaak word beschreven zal over de tijd gefragmenteerd raken. (een effectieve methode om fragmentatie te voorkomen is te voorkomen dat een bestandssysteem vol loopt.) Bestandssystemen op aparte partities blijven onaangedaan. Ook kunnen bestandssystemen apart van elkaar worden gedefragmenteerd.
  • Integriteit: Als een bestandssysteem corrupt raakt blijven bestandssystemen op aparte partities onaangedaan.
  • Flexibilliteit: Het delen van bestanden kan versimpeld zijn als aparte bestandssystemen worden gebruikt. Men zou een apart bestandssysteem voor muziek, films, fotos of dergelijken kunnen maken en deze in zijn geheel delen. Zo is media gedeeld beschikbaar en is de rest van het systeem afgeschermd.

In dit voorbeeld zullen we aparte partities aanmaken voor /, /var, /home en een swap partitie. Template:Box Note

Hoe groot moeten mijn partities zijn?

Deze vraag is alleen te beantwoorden op basis van individuele wensen. Als U geen of weinig ervaring heeft met het opstellen van partitieschemas, dan is het simpelweg mogelijk om een partitie voor root en een swap partitie te maken. Hieronder volgt een voorbeeld van een mogelijk opgedeeld partitieschema:

  • Het root bestandssysteem (/) zal in dit voorbeeld de /usr map bevatten. Deze kan redelijk groot worden en is voornamelijk afhankelijk van de hoeveelheid software die wordt geinstalleerd.
  • Het /var bestandssysteem zal, naast andere data, de ABS boom en de pacman cache bevatten. Het behouden van de pacman cache van installatiepaketten is nuttig als afwaarderen (terugvallen op een vorige versie) van een programma nodig is. /var groeit constant; de pacman cache neemt steeds toe naarmate U meer software installeert, maar kan veilig worden geleegd als dit nodig is. 6-8 Gigabyte is een goede richtlijn voor desktop systemen. Server systemen hebben over het algemeen extreem grote /var bestandssystemen.
  • Het /home bestandssysteem is waar gebruikers hun documenten, downloads en multimedia opslaan. Op desktop-systemen is /home vaak met ruime voorsprong het grootste bestandssysteem.
  • Een extra 25% ruimte, toegevoegd aan elk bestandssysteem, geeft ruimte voor onvoorziene zaken en dient als een methode om fragmentatie te voorkomen.

Uit de hieboven genoemde richtlijnen besluiten wij het voorbeeld systeem zo op te zetten: ~15GB root (/) partitie, ~6GB /var, 1GB swap en een /home partitie bestaande uit de overgebleven ruimte op de harde schijf.

cfdisk

Begin met het maken van de primarie partitie die het root, (/), bestandssysteem zal bevatten.

Kies New -> Primary en voer het gewenste formaat in MB voor de root partitie in. Plaats de partitie aan het begin van de schijf!

Definieer verder het type als '83 Linux' met Type. De gevormde / partitie zal in ons voorbeeld als sda1 zichtbaar zijn.

Maak nu nog een primaire partitie voor /var, en stel Type in als '83 Linux'. De gevormde /var partitie zal in ons voorbeeld als sda2 zichtbaar zijn.

Maak vervolgens een swap partitie aan. Selecteer hier bij Type 82 (Linux swap / Solaris). De gevormde swap partitie zal in ons voorbeeld als sda3 zichtbaar zijn.

Maak als laatste een primaire partitie aan voor het /home bestandssysteem. Neem alle overgebleven ruimte en selecteer als Type weer '83 Linux'. Deze partitie zal in ons voorbeeld zichtbaar zijn als sda4.

Voorbeeld:

Name    Flags     Part Type    FS Type           [Label]         Size (MB)
-------------------------------------------------------------------------
sda1               Primary     Linux                             15440 #root
sda2               Primary     Linux                             6256  #/var
sda3               Primary     Linux swap / Solaris              1024  #swap
sda4               Primary     Linux                             140480 #/home

Kie nu Write en typ yes om de wijzigingen op te slaan. Let er op dat dit de aanwezige data op de schijf zal wissen en zal overschrijven met de gekozen configuratie!. Kies Quit om cfdisk te verlaten, ga verder met "Instellen Mountpoints van het Bestandssysteem".

Template:Box Note

Instellen Mountpoints van het Bestandssysteem

Er zal eerst naar uw swap partitie worden gevraagd. Kies de juiste partitie (sda3 in dit voorbeeld). Er zal u worden gevraagd of u een swap bestandssysteem wilt creëeren; kies yes. Kies vervolgens waar de / (root) directory gemount moet worden (sda1 in dit voorbeeld). Op dit moment zal u gevraagd worden om het bestandssysteem type.

Bestandssysteem Typen

Nogmaals, een bestandssysteem type is een zeer subjectieve zaak waarbij het neerkomt op persoonlijke voorkeur. Elk systeem kent zijn eigen voordelen, nadelen, en unieke eigenaardigheden. Hier is een zeer beknopt overzicht van ondersteunde bestandssystemen:

1. ext2 Second Extended Filesystem- Oud, betrouwbaar GNU/Linux bestandssysteem. Zeer stabiel, maar zonder journaling ondersteuning. Kan ongeschikt bevonden worden voor root (/) en /home, vanwege de lange fsck's. Een ext2 bestandssysteem kan eenvoudig worden omgezet naar ext3. Wordt doorgaans als een goede keuze voor /boot/ beschouwd daar een journal weinig toegevoegde waarde heeft.

2. ext3 Third Extended Filesystem- In essentie het ext2 systeem, maar met journaling ondersteuning. ext3 is volledig compatibel met ext2. Extreem stabiel, volwassen, en veruit het meest gebruikte, ondersteunde en ontwikkelde GNU/Linux bestandssysteem.

High Performance Filesystems:

3. ReiserFS - Hans Reiser's high-performance journaling FS gebruikt een zeer interessante methode qua doorvoering van data welke gebaseerd is op een onnconventioneel en creatief algorithme. ReiserFS wordt beschouwd als zeer snel, zeker wanneer het het omgaan met veel, kleine bestanden betreft. ReiserFS is snel met formatteren, maar relatief traag met mounten. Vrij volwassen en stabiel. Er wordt niet actief ontwikkeld aan ReiserFS op dit moment (Reiser4 is het nieuwe Reiser bestandssysteem). Wordt doorgaans als goede keuze voor /var/ beschouwd.

4. JFS - IBM's Journaled FileSystem- Het eerste bestandssysteem dat journaling aanbood. JFS is vele jaren gebruikt in het IBM AIX® OS voordat het naar Linux werd ongezet. JFS gebruikt momenteel de minste CPU bronnen van alle GNU/Linux bestandssystemen. Zeer snel in formatteren, mounten en fsck's, en zeer goede all-around prestaties, zeker in samenwerking met de deadline I/O scheduler. (Zie JFS.) Niet zo globaal ondersteund als ext of ReiserFS, maar zeer volwassen en stabiel.

5. XFS - Opnieuw een vroeg journaling bestandssysteem wat oorspronkelijk werd ontwikkeld door Silicon Graphics voor het IRIX OS en omgezet naar Linux. XFS biedt een zeer snelle doorvoering van grote bestanden en grote bestandssystemen. Zeer snel in formatteren en mounten. Globaal getest als trager met veel kleine bestanden, in vergelijking met andere bestandssystemen. XFS is zeer volwassen en is momenteel het enige stabiele Linux bestandssysteem met de mogelijkheid tot online defragmentatie.

Over Journaling

Alle bovenstaande bestandssystemen, met uitzondering van ext2, gebruiken journaling. Journaling bestandssystemen zijn foutbestandige bestandssystemen die gebruik maken van een journal waarin veranderingen worden vastgelegd voordat ze worden uitgevoerd om metadata corruptie te voorkomen indien er een crash volgt. Merk op dat niet alle journaling technieken gelijk zijn; in het bijzonder, enkel ext3 biedt data-mode journaling, (hoewel niet standaard), wat enkel zowel data als meta-data vastlegt (maar met een flinke snelheidsbeperking als gevolg). De andere bieden enkel ordered-mode journaling, wat enkel meta-data vastlegt. Hoewel alle bestandssystemen in staat zijn uw bestandssysteem in een geldige staat terug te brengen vanuit een crash, biedt data-mode journaling de beste bescherming tegen het corrupt raken van het systeem en het verlies van data maar kan te lijden krijgen van een prestatie degradatie, omdat alle data twee keer wordt weggeschreven (first naar de journal, daarna naar de schijf). Afhankelijk van hoe belangrijk uw data is, kan dit in ogenschouw worden genomen bij het kiezen van uw bestandssysteem type.

Wij gaan verder...

Kies en creëer het bestandssysteem (formatteer de partitie) voor / door yes te selecteren. Er wordt u nu gevraagd om extra partities toe te voegen. In ons voorbeeld blijven sda2 en sda4 over. Kies voor sda2 een bestandssysteem type en mount dit als /var. Kies tenslotte een bestandssysteemtype voor sda4 en mount dit als /home. Keer terug naar het hoofdmenu.

Selecteren van Paketten

Nu slecteren wij de paketten die op het systeem geïnstalleerd zullen worden.

  • Core ISO: Kies de CD als born en selecteer de juiste CD drive als er meer dan een heeft.
  • FTP ISO: Selecteer een FTP/HTTP mirror. Let er op dat archlinux.org is gethrottled tot 50KB/s.
  • 2008.06 installatie media: Paket categorie BASE wordt nu standaard geïnstalleerd.

De selctie van paketten wordt verdeeld in twee gedeeltes. Eerst wordt de basispaket categorie geselecteerd, dan krijgt u de volledige paketlijst gepresenteerd, waar u uw selecties kunt bijstellen. Gebruik de spatiebalk om te selecteren en deslecteren. Kies OK om verder te gaan en kies voorlopig 'yes' bij 'Select all packages by default'.

Het volgende scherm laat u de geselecteerde paketten binnen de geselecteerde categorieën zien.

Template:Box Note

Zodra u klaar bent met het selecteren van de paketten die u nodig heeft, verlaat dan het selectiescherm en ga verder met de volgende stap, Installeren van Paketten.

Installeren van Paketten

Kies vervolgens voor 'Install Packages'. Er zal u worden gevraagd of u de paketten in de pacman cache wilt houden. Als u 'yes' kiest, heeft u de mogelijkheid om in de toekomst paketten te downgraden naar eerdere paketversies, dus dit wordt aanbevolen (u kunt in de toekomst altijd de cache leeg maken). Het installatiescript zal nu de geselecteerde paketten, evenals de standaard Arch 2.6 kernel, op uw systeem installeren.

  • FTP ISO: De Pacman paket manager zal nu de geselecteerde paketten downloaden en installeren. (Zie vc/5 voor output, vc/1 om terug te keren naar de installer)
  • CORE ISO: De paketten worden van de CD geïnstalleerd.

Opmerking: Voor de Arch 2007.08 FTP installatie: na 'Install Packages' moet u pacman upgraden (<ALT>+F3, pacman -Syu) en opnieuw 'Install Packages' doen.

Configuratie van het Systeem

Het nauwkeurig volgen en begrijpen van deze stappen is zeer van belang bij het samenstellen van een goed geconfigureerd systeem.

Op dit punt van de installatie, is het nodig om de primaire configuratiebestanden van het Arch Linux basissysteem te configureren.

De installer zal u vragen of u kiest voor hwdetect om informatie over uw configuratie te verzamelen. Beginners kunnen hier het beste voor 'yes' kiezen.

Gevorderde gebruikers die zeer bekend zijn met hun hardware, benodigde modules, en die er bereid toe zijn handmatig /etc/rc.conf, /etc/mkinitcpio, /etc/fstab, en andere systeemkritische configuratiebestanden van grond af te configureren kunnen hier 'no' selecteren. (Omdat deze optie erg gespecialiseerd en uitermate betrokken is met het systeem en daarom aan deze gids voorbij gaat, wordt dit hier verder niet behandeld.)

Vervolgens wordt u gevraagd of u ondersteuning wenst voor het opstarten vanaf USB apparaten, FireWire apparaten, PCMCIA apparaten, NFS shares, software RAID arrays, LVM2 volumes, encrypted volumes, en DSDT ondersteuning. Kies yes als u dit nodig heeft; in ons voorbeeld is niets hiervan nodig.

Nu wordt u gevraagd welke text editor u wilt gebruiken; kies nano of, indien u er bekend mee bent, vim. U krijgt een menu te zien met de belangrijkste configuratiebesstanden van uw systeem.

Template:Box Note


Kan de installer dit op een meer geautomatiseerde wijze doen?

Het verbergen van het proces van de configuratie van het system is in directe tegenspraak met De Arch Manier. Ondanks dat het waar is dat recente versies van de kernel en hardwaredetectieprogramma's een uitstekende hardware ondersteuning en auto-configuratie bieden, presenteert Arch de gebruiker de mogelijkheid om continu configuratiebestanden tijdens de installatie aan te passen teneinde transparantie en systeembronnen beheersing te bereiken. Tegen de tijd dat u deze bestanden heeft aangepast aan de hand van uw specificaties, heeft u zich de eenvoudige methode van het handmatig configureren van een Arch Linux systeem eigen gemaakt en bent u beter bekend geraakt met de basisstructuur, waardoor u beter in staat ben om uw nieuwe installatie productief te kunnen gebruiken en onderhouden.

/etc/rc.conf

Arch Linux volgt de *BSD traditie in het gebruiken van /etc/rc.conf als de hoofdlocatie voor de systeemconfiguratie. Dit ene bestand bevat een grote hoeveelheid configuratie informatie, voornamelijk gebruikt tijdens de opstartprocedure. Zoals de naam inpliceert, bevat het bestand ook instellingen voor de /etc/rc* bestanden.

  • LOCALIZATION sectie
    • LOCALE=: Dit stelt de systeem locale in, die gebruikt zal worden door alle software met i18n ondersteuning. Een lijst van beschikbare locales is beschrikbaar door het commando 'locale -a' vanuit een terminal te draaien. De standaardinstelling is goed voor US English gebruikers.
    • HARDWARECLOCK=: Specificeert of de hardwareklok, die tijdens opstarten en afsluiten word gesynchroniseert, de tijd opslaat als UTC of localtime. UTC ligt voor de hand omdat het het gebruik van tijdzones en zomer-, wintertijd versimpelt. localtime is nodig als U een dual-boot systeem heeft met een tweede besturingssysteem, zoals bijvoorbeeld windows, wat de huidige tijd alleen opslaat in de hardware klok.
    • USEDIRECTISA: Gebruik directe I/O aanvragen in plaats van /dev/rtc voor hwclock
    • TIMEZONE=: Specificeert de tijdzone waarin het systeem zich bevind. (Alle beschikbare tijdzones zijn te vinden onder /usr/share/zoneinfo/).
    • KEYMAP=: Alle beschikbare toetsenbordindelingen zijn beschikbaar in /usr/share/keymaps. Let op dat deze instelling alleen van toepassing is op de terminal vensters, niet op grafische omgevingen.
    • CONSOLEFONT=: Beschikbare terminal fonts staan onder /usr/share/kbd/consolefonts/ als U wilt veranderen. De standaard instelling (geen) is goed.
    • CONSOLEMAP=: Definieert de terminal map die moet worden geladen door het setfont programma tijdens de startprocedure. Mogelijke maps zijn te vinden in /usr/share/kbd/consoletrans. De standaardinstelling (geen) is goed.
    • USECOLOR=: Selecteer "yes" als U een kleurenmonitor heeft en gebruik wilt maken van kleuren in terminals. Dit heeft geen invloed op kleuren in de grafische omgeving.
LOCALE="en_US.utf8"
HARDWARECLOCK="localtime"
USEDIRECTISA="no"
TIMEZONE="Europe/Amsterdam"
KEYMAP="us"
CONSOLEFONT=
CONSOLEMAP=
USECOLOR="yes"
  • HARDWARE sectie
    • MOD_AUTOLOAD=: Als we dit als "yes" instellen zal udev automatisch hardware tijdens op startprocedure vinden en de nodige modules laden. Zet dit alleen op "no" als U zelf weet welke modules nodig zijn voor Uw hardware.
    • MOD_BLACKLIST=: Deze optie word niet langer gebruikt, zie MODULES=.
    • MODULES=: Specificeer hier MODULES als U weet dat een module mist, (hwdetect heeft, als het goed is, alle van belang zijnde modules voor U ingevuld). Specificeer ook modules die U specifiek niet wil laden met een uitroepteken (!) ervoor. In ons voorbeeld zijn de IPV6 en de vervelende pcspeaker module voorzien van een !, en worden dus niet geladen tijdens de opstartprocedure.
# Zoek naar hardware en laad de modules automatisch tijdens starten
MOD_AUTOLOAD="yes"
# Module Blacklist - niet meer in gebruik
MOD_BLACKLIST=()
#
MODULES=(e100 eepro100 mii slhc snd-ac97-codec snd-intel8x0 soundcore !net-pf-10 !pcspkr)
  • NETWORKING sectie
    • HOSTNAME=: Zo zal het systeem heten op het netwerk, bijvoorbeeld computerjan.
    • eth0= 'Ethernet, kaart 0'. Configureer het IP, netmask en broadcast adres. als U gebruik maakt van een statisch IP. Verander dit in eth0="dhcp" als U gebruik wilt maken van DHCP (van toepassing op de meeste thuissituaties)
    • INTERFACES=: Specificeer hier alle interfaces. Als U niet gebruik maakt van DHCP, onthoud dat dat de waarde van de variabele gelijk zal zijn aan de regel die aan ipconfig wordt toegevoegd als U zelf het apparaat configureert in een terminal.
    • gateway=: Als U gebruik maakt van een statisch IP, ztel dan hier het gateway adres in. Als U wel gebruik maakt van DHCP dan kunt U deze waarde negeren.
    • ROUTES=: Als U gebruik maakt van een statisch IP, verwijder dan het ! voor 'gateway'. Als U wel gebruik maakt van DHCP dan kunt U deze waarde uitgemarkeerd laten met een uitroepteken (!).


Een voorbeeld, gebruik makende van DHCP:

HOSTNAME="arch"
#eth0="eth0 192.168.0.2 netmask 255.255.255.0 broadcast 192.168.0.255" 
eth0="dhcp"
INTERFACES=(eth0)
gateway="default gw 192.168.0.1"
ROUTES=(!gateway)

Template:Box Note

  • DAEMONS sectie

Dit array bevat simpelweg de namen van de scripts in /etc/rc.d/ die moeten worden gestart tijdens de opstartprocedure, en in welke volgorde dit moet gebeuren.

DAEMONS=(@network syslog-ng netfs crond)
  • Als een script-naam voor word gegaan door een uitroepteken (!), dan wordt deze niet uitgevoerd.
  • Als een script-naam voor word gegaan door een apestaartje (@), dan wordt dit script op de achtergrond uitgevoerd. De opstartprocedure zal niet wachten tot het script in zijn geheel if afgerond voor verder te gaan met de rest van de procedure. (nuttig op het systeem te versnellen, maar niet mogelijk bij alle daemons)
  • Pas deze lijst aan als systeemdiensten worden geinstalleerd als het starten van deze diensten tijdens het opstarten gewenst is.

De 'BSD-style' initialisatie is 'de Arch mannier' van doen, waar anderen met vele symbolische links in /etc/init.d mappen werken. Zie ook Veelgestelde Vragen (Engels).

Over DAEMONS

Het is op dit moment niet nodig om de DAEMONS regel aan te passen, maar het is nuttig uit te leggen wat daemons zijn; we zullen ze verderop in deze gids nodig hebben. Een daemon is een programma dat op de achtergrond werkt, wachtend op gebeurtenissen en biedt diensten aan. Een goed voorbeeld is een webserver die wacht op een aanvraag van een gebruiker naar een internet pagina, of een SSH server, wachtend tot een gebruiker in logt. Waar dit volledige programmas zijn, bestaan er ook daemons wiens werk minder duidelijk zichtbaar is. Een voorbeeld is een daemon die berichten naar een logbestand schrijft (bijv. syslog, metalog), een daemon die de processor-frequentie verlaagt als het systeem niet de volledige snelheid nodig heeft (bijv. cpufreq) of een daemon die een grafische login verzorgt (bijv. gdm, kdm). Al deze programmas (daemons) kunnen toegevoegd worden aan de DAEMONS lijn en zullen dan worden gestart tijdens de opstartprocedure. Nuttige daemons zullen in deze gids worden voorgesteld.

Geschiedkundig komt de term daemon van de programmeurs van het MAC project aan de MIT. Zij namen de naam van Maxwell's demon, een fictief wezen van een beroemd gedachten experiement dat voortdurend in de achtergrond werkt. UNIX systemen hebben deze term overgenomen en het backronym disk and execution monitor bedacht.

  • Tip: Alle Arch daemons zijn te vinden in /etc/rc.d/
/etc/fstab

De fstab (dit staat voor file system table) is het deel van de systeemconfiguratie wat alle beschikbare schijven en partities noemt, verder configureert het ook hoe deze moeten worden geïnitialiseerd of in het gehele bestandssysteem moet worden geplaatst. Het /etc/fstab bestand wordt meestal gebruikt met het mount commando. Het mount command voegt een bestandssysteem op een apparaat toen aan het bestandssysteem van het systeem zodat het zichtbaar en berijkbaar is voor de gebruiker. mount -a word door /etc/rc.sysinit, op ongeveer 3/4 van het opstartproces, aangehaald. Dit leest het /etc/fstab bestand om te bepalen welke opties in acht moeten worden genomen als de gespecificeerde apparaten worden gemount. Als de optie noauto in /etc/fstab aanwezig is bij een apparaat, dan zal deze niet automatisch worden gemount tijdens de opstartprocedure.

Een voorbeeld /etc/fstab:

# <file system>        <dir>        <type>        <options>                 <dump>    <pass>
none                   /dev/pts     devpts        defaults                       0         0
none                   /dev/shm     tmpfs         defaults                       0         0
#/dev/cdrom            /media/cdrom   auto        ro,user,noauto,unhide          0         0
#/dev/dvd              /media/dvd     auto        ro,user,noauto,unhide          0         0
#/dev/fd0              /media/fl      auto        user,noauto                    0         0
/dev/disk/by-uuid/0ec-933.. /          jfs        defaults,noatime               0         1
/dev/disk/by-uuid/7ef-223.. /home      jfs        defaults,noatime               0         2
/dev/disk/by-uuid/530-1e-..  swap     swap        defaults                       0         0
/dev/disk/by-uuid/4fe-110.. /var     reiserfs     defaults,noatime,notail        0         2 

Template:Box Note

  • Het eerste veld, <file systems>, beschrijft het apparaat of bestandssysteem op afstand wat moet worden toegevoegd aan het systeem (mount). Voor gebruikelijke mounts vinden we in dit veld een link (gemaakt door mknod wat wordt aangehaald door udev tijdens de opstartprocedure) naar het apparaat of partitie; bijvoorbeeld, '/dev/cdrom' of '/dev/sda1'. In plaats van een directe link naar het apparaat of partitie, geeft de Arch installatieprocedure het te mounten bestandssysteem aan met zijn UUID.

Template:Box Note

ls -lF /dev/disk/by-uuid/

Dit commando zal alle partities op het systeem weergeven met hun UUID


  • Het tweede veld, <dir>, beschrijft het punt in het bestandssysteem waar moet worden gemount. Voor swap partities (die niet zichtbaar zijn in het bestandssysteem) moet dit veld 'swap' bevatten.
  • Het derde veld, <type>, beschrijft het type van het bestandssysteem. De Linux kernel ondersteunt veel verschillende typen bestandssystemen. (een lijst van bestandssystemen die de momenteel werkende kernel ondersteunt, kijk in /proc/filesystems). 'swap' Houdt in dat een bestand of partitie wordt gebruikt als swap. 'ignore' zal ervoor zorgen dat de regel wordt genegeerd.
  • Het vierde veld, <options>, beschrijft de mount opties voor het bestandssysteem op die regel. Het is een lijst van opties, gescheiden door het komma teken. Het bevat tenminste het type mount en additionele opties nodig voor het type bestandssysteem. Documentatie over beschikbare opties is beschikbaar in mount(8). (# man mount)
  • Het vijfde veld, <dump>, wordt gebruikt om te bepalen van welke bestandssystemen een backup moet worden gemaakt. dump is een backup programma. Als het vijfde veld niet aanwezig is wordt een 0 waarde aan dump doorgegeven, waaruit dump opmaakt dat het maken van een backup niet nodig is. Let op dat dump niet standaard beschikbaar is en apart moet worden geinstalleerd.
  • Het zesde veld, <pass>, wordt gebruikt door het fsck(8) programma om de volgorde van controles aan het bestandsysteem te bepalen. Het root bestandssysteem moet aangegeven worden met een <pass> waarde van 1, andere bestandssystemen moeten een <pass> waarde hebben van 2 of 0. Als dit zesde veld niet aanwezig is of een 0 bevat, dan wordt een 0 waarde aan fsck doorgegeven en zal fsck aannemen dat het bestandssysteem niet moet worden gecontroleerd op fouten.
  • Als U van plan bent hal te gebruiken om automatisch verwijderbare media als DVDs, externe hardeschijven en USB pendrives te mounten, dan is het raadzaam om de lijnen voor de cdrom en dvd als 'uit' te markeren (met een # voor de regel) in voorbereiding voor de configuratie van hal. Deze configuratie wordt verderop in deze gids besproken.


Meer uitgebreide informatie is beschikbaar in de Fstab wiki pagina.

mkinitcpio.conf

Het aanpassen van dit bestand is niet nodig op dit moment; de volgende informatie is puur informaties.

Dit bestand staat het U toe om het initiele geheugen (vaak bekend als initial ramdisk of "initrd") te configureren. initrd Is een bestand, ingepakt met gzip, dat word gelezen tijdens de kernel opstart procedure. Het doen van initrd is om het systeem te voorzien van toegang tot het bestandssysteem. Dit betekent dat het modules moet laden die nodig zijn voor apparaten als IDE, SCSI of SATA schijven (of USB/FW als U van USA of FW start). Zodra initrd de juiste modules heeft geladen geeft het de controle over het systeem door aan Arch, het systeem start nu verder op. initrd heeft dus enkel betrekking op modules die nodig zijn voor schijftoegang, niets meer.

mkinitcpio is de volgende generatie van inirramfs creation. Het heeft vele voordelen boven de oudere mkinitrd en mkinitramfs scripts.

  • Het maakt gebruik van klibc en kinit die zijn ontwikkeld door Linux kernel ontwikkelaars als een klein lichtgewicht systeem voor vroege userspace.
  • Het kan gebruik maken van udev voor de autodetectie van hardware, wat het laden van onnodige modules voorkomt.
  • Het hook-gebasseerd init script is makkelijk uit te breiden.
  • Het heeft van zichzelf ondersteuning voor lvm2', dm-crypt voor legacy en luks volumes, raid, swsusp en suspend2, hervatten en starten van USB opslag apparaten.
  • Veel eigenschappen kunnen worden ingesteld vanuit een terminal zonder de noodzaak het image opnieuw te compileren.
  • Het mkinitcpio script maakt het mogelijk om het image in de kernel te voegen, het maken van een alles omvattend kernel beeld is dus mogelijk.
  • Door zijn flexibilliteit is het opnieuw compileren van de kernel vaak niet nodig.

mkinitcpio is ontwikkeld door Aaron Griffin en Tobias Powalowski met hulp van enkele leden uit de Linux gemeenschap

/etc/modprobe.d/modprobe.conf

Het is op dit moment niet nodig om dit bestand aan te passen.

  • modprobe.conf kan gebruikt worden om speciale configuratie voor kernel modules in te stellen.
/etc/resolv.conf (for statisch IP)

De resolver is een set van routines in de C bibiliotheek die toegang geven tot het Internet Domein Naam Systeem (DNS). Een van de vele functies van DNS is het vertalen van domein namen naar IP adressen, om het internet gebruikersvriendelijker te maken. Het configuratiebestand voor de resolver, /et/cresolv.conf, bevat informatie die wordt gelezen door de resolver.

  • Als U gebruikt maakt van DHCP, dan kunt U dit bestand veilig negeren, Het zal automatisch worden gemaakt en overschreven door de dhcpcd daemon. U kunt dit gedrag veranderen als U wilt. (Zie Network (Engels)).

Als U gebruik maakt van een statisch IP, stel dan Uw DNS server in. in /etc/resolv.conf (nameserver <ip-adres>). Dit kunnen zo veel zijn als U wenst. Een voorbeeld (OpenDNS, een gratis DNS server)

nameserver 208.67.222.222
nameserver 208.67.220.220

Als U gebruik maakt van een router, dan stelt U waarschijnlijk de DNS servers in in de configuratie van Uw router. U verwijst dan vervolgens naar het IP-adres van de router:

nameserver 192.168.1.1

Als U gebruik maakt van DHCP, dan geeft Uw ISP waarschijnlijk automatisch de configuratie door.

/etc/hosts

Dit bestand verbind IP adressen met hostnames en aliassen, een regel per IP adres. Voor elke hostnaam moet een regel aanwezig zijn met de volgende informatie:

<IP-adres> <hostnaam> [aliassen]

Voeg Uw hostnaam, overeenkomend met wat U in /etc/rc.conf heeft gebruikt, als een alias toe, zodat het er zo uit ziet:

127.0.0.1   localhost.localdomain   localhost uwhostnaam

Template:Box Note

Als U gebruik maakt van een statisch IP, voeg dan nog een lijn toe die er zo uit ziet: <statisch-IP> <hostnaam.domainname.org> <hostnaam> voorbeeld: 192.168.1.100 yourhostname.domain.org yourhostname

  • TIP: Voor gemak is het mogelijk om /etc/hosts te gebruiken voor hostnamen op Uw netwerk of op het internet, voorbeeld:
64.233.169.103   www.google.com   g
192.168.1.90   media
192.168.1.88   data

Het voorbeeld hierboven staat U toe om naar google te gaan door simpelweg 'g' in uw browser te typen, en geeft toegang tot media en data opslap op het netwerk bij naam en zonder de noodzaak om het IP adres van de server op het netwerk uit het hoofd te kennen.

/etc/hosts.deny en /etc/hosts.allow

Tango-view-refresh-red.pngThis article or section is out of date.Tango-view-refresh-red.png

Reason: please use the first argument of the template to provide a brief explanation. (Discuss in Talk:Beginners' Guide/Installatie (Nederlands)#)

Pas deze configuraties naar wens aan indien u gebruik wilt maken van de ssh daemon. De standaard configuratie zal alle binnenkomende connecties weigeren, niet alleen ssh connecties. Pas uw /etc/hosts.allow bestand aan en voeg de juiste parameters toe:

  • sta iedereen toe verbinding te maken
sshd: ALL
  • beperk dit tot een bepaald ip
sshd: 192.168.0.1
  • OF beperk dit tot een IP bereik
sshd: 10.0.0.0/255.255.255.0

Indien u geen gebruik wilt maken van de ssh daemon, laat dit bestand dan onaangepast, (leeg), ter behoeve van de beveiliging.

/etc/locale.gen

Het /usr/sbin/locale-gen commando leest /etc/locale.gen om specifieke locales te genereren. Zij kunnen dan door glibc en elk ander locale-bewust programma of library worden gebruikt om "eigenaardige" tekst te kunnen laten zien, weergeven van regionale monetaire waarden, formaat van tijd en datum, alfabetische eigenaardigheden, en andere locale-specifieke standaarden. De mogelijkheid om een standaard locale in te stellen is een groot ingebouwd voorrecht van het gebruik van een UNIX-achtig operating system.

/etc/locale.gen is standaard een leeg bestand met commented documentatie. Eenmaal aangepast, blijft het bestand onaangeraakt. locale-gen draait op elke glibc upgrade, waarbij alle locales gespecificeerd in /etc/locale.gen gegenereerd worden.

Kies de locale(s) die u nodig heeft (verwijder het # voor de regels die u wilt), b.v.:

en_US ISO-8859-1
en_US.UTF-8	

De installer zal nu het locale-gen script uitvoeren, wat de locales genereert die u gespecificeerd heeft. U kunt uw locale in de toekomst veranderen door /etc/locale.gen aan te passen en vervolgens 'locale-gen' uit te voeren als root.

Template:Box Note

Root wachtwoord

Stel tenslotte een root password in en verzeker uzelf ervan dat u het onthoudt. Ga terug naar het hoofdmenu en ga verder met het installeren van de bootloader.

Pacman-Mirror

Kies een mirror repository voor pacman.

  • archlinux.org is gethrottled, downloads zijn beperkt tot 50KB/s

Ga terug naar het hoofdmenu.

Installatie van een Bootloader

Omdat we geen secundair besturingssysteem hebben in ons voorbeeld, hebben we een bootloader nodig. GNU GRUB is de aanbevolen bootloader. U kunt als alternatief LILO gebruiken.

GRUB

De standaard GRUB configuratie (/boot/grub/menu.lst) zou afdoende moeten zijn, maar controleer de inhoud om u van precisie te verzekeren. Wellicht wilt u de resolutie van de console aanpassen door een vga=<number> kernel argument dat overeenkomt met de wenste resolutie voor de virtual console toe te voegen. (Een tabel met resoluties en de bijbehorende nummers is opgenomen in menu.lst.)

Voorbeeld:

title  Arch Linux (Main)
root   (hd0,0) 
kernel /boot/vmlinuz26 root=/dev/disk/by-uuid/0ec1-9339.. ro vga=773
initrd /boot/kernel26.img

Template:Box Note

Uitleg:

Regel 1: titel: Een afgedrukte menuselectie. "Arch Linux (Main)" zal op het scherm worden afgedrukt als menuselectie.

Regel 2: root: GRUB's root; de schijf en de partitie waar de kernel (/boot) verblijft, volgens de BIOS van het systeem. (Waar GRUB's stage2 bestand verblijft, om precies te zijn). NIET per definitie het root (/) bestandssysteem, aangezien ze op verschillende partities kunnen verblijven. Het nummerschema van GRUB begint bij 0, en gebruikt het hdx,x formaat ongeacht het om IDE of SATA gaat, en wordt binnen haakjes gezet.

Het voorbeeld laat zien dat /boot op de eerste partitie van de eerste schijf staat, volgens BIOS, of, (hd0,0).

Regel 3: kernel: Deze regel specificeert:

  • De locatie en de bestandsnaam van de kernel gerelateerd aan GRUB's root.

In het voorbeeld is /boot slechts een directory die verblijft op dezelfde partitie als / en vmlinuz26 is de bestandsnaam van de kernel; /boot/vmlinuz26. Als /boot op een aparte partitie had gestaan, waren de locatie en de besstandsnaam simpelweg /vmlinuz26 geweest, gerelateerd aan GRUB's root.

  • Het root= argument bij het kernel statement specificeert de partitie met de root directory (/) in het opgestarte systeem, (de partitie die sbin/init bevat, om precies te zijn), volgens het UUID nummeringsschema sinds 2008-04rc, die het /dev/disk/by-uuid/xxxx-xxxx-xxxx formaat gebruikt.
  • Een eenvoudige manier om de twee voorkomens van 'root' in /boot/grub/menu.lst van elkaar te onderscheiden is te onthouden dat het eerste root statement GRUB informeert waar de kernel verblijft, daar waar het tweede root= kernel argument de kernel vertelt waar het root bestandssysteem (/) verblijft.
  • Kernel opties.

In ond voorbeeld, mount ro het bestandssysteem om alleen te lezen tijdens het opstarten, en het "vga=773" argument zal u een 1024x768 framebuffer gegeven met 256 color depth.

Regel 4: initrd: (Voor de eerste RAM schijf) De locatie en de bestandsnaam van het eerste RAM bestandssysteem relatief aan GRUB's root. Nogmaals, in het voorbeeld is /boot slechts een directory die veblijft op dezelfde partitie als / en kernel26.imgis is de initrd bestandsnaam; /boot/kernel26.img. Als /boot op een aparte partitie had gestaan, waren de locatie en de besstandsnaam simpelweg /vmlinuz26 geweest, gerelateerd aan GRUB's root.

Installeer de GRUB bootloader op de master boot record, (sda in ons voorbeeld).

Herstarten

Dat was het; u heeft uw Arch Linux basissysteem geinstalleerd en geconfigureerd. Sluit de installatie, en herstart:

# reboot

(Verwijder de installatie CD)

Uw nieuwe Arch Linux systeem zal opstarten en eindigen met een login prompt (indien nodig kunt u uw opstartvolgorde in uw BIOS herstellen om van de harde schijf op te starten).

Gefeliciteerd, en welkom bij uw glimmende, nieuwe Arch Linux basissysteem!

Uw nieuwe Arch Linux basissysteem is nu een functionele GNU/Linux omgeving en klaar voor aanpassingen. Vanaf hier, kunt u deze elegante set programma's gebruiken om ervan te maken wat u maar wilt of nodig heeft.

Login met de root account. Wij zullen pacman configureren en het systeem als root updaten, en dan een normale gebruiker toevoegen. Template:Box Note Template:Beginners' Guide navigation (Nederlands)